ECLI:NL:PHR:2012:BX4102
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor mensenhandel en deelname criminele organisatie met geldboete
Verdachte werd door het Hof Amsterdam veroordeeld voor mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie die zich bezighield met seksuele uitbuiting, mishandeling, bedreiging en afpersing. Het Hof legde een gevangenisstraf van 1 jaar en 9 maanden en een geldboete van €25.000,- op.
In het cassatieberoep stelde verdachte meerdere middelen aan de orde, waaronder de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie vanwege onrechtmatige opname van geheimhoudersgesprekken, de motivering van de bewezenverklaringen, de rechtsmacht voor feiten gepleegd in Duitsland, en de hoogte van de geldboete in relatie tot zijn draagkracht.
De Hoge Raad verwierp alle middelen. Het Hof had terecht geoordeeld dat de schendingen van procedurele regels niet leidden tot niet-ontvankelijkheid, dat uit de bewijsmiddelen voldoende bleek dat verdachte wist dat de vrouwen onder dwang in de prostitutie werkten, en dat de Nederlandse strafwet ook van toepassing was op de in Duitsland gepleegde feiten. De motivering van de geldboete was toereikend, mede gelet op de vermogenspositie van verdachte.
De Hoge Raad concludeert dat het cassatieberoep faalt en bevestigt het arrest van het Hof. Verdachte blijft veroordeeld tot gevangenisstraf en geldboete.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling verdachte tot 1 jaar en 9 maanden gevangenisstraf en een geldboete van €25.000,-.