ECLI:NL:PHR:2012:BX4431
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling medeplegen schuldwitwassen ondanks vertrouwen verdachte
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van schuldwitwassen met betrekking tot grote geldbedragen die via een autobedrijf werden rondgepompt en afkomstig waren uit verduistering bij een ander bedrijf. Verdachte en zijn echtgenote, werkzaam binnen het autobedrijf, hadden grote sommen geld voorhanden waarvan zij moesten vermoeden dat deze uit misdrijf afkomstig waren. Het hof had verdachte veroordeeld zonder strafoplegging.
De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist en ook redelijkerwijs niet had kunnen vermoeden dat het geld uit misdrijf afkomstig was, mede vanwege het vertrouwen in de financieel directeur die de geldstromen beheerde. Ook werd betoogd dat de verduistering pas zou zijn begonnen op het moment dat het geld contant werd overgedragen, niet bij de bancaire overboeking.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had vastgesteld dat er al sprake was van verduistering bij de bancaire overboekingen en dat verdachte ondanks zijn vertrouwen in de financieel directeur de onregelmatigheden vreemd vond en had moeten vermoeden dat sprake was van strafbaar handelen. Het hof had terecht geoordeeld dat verdachte tekort was geschoten in zijn onderzoeksplicht en zich daardoor schuldig had gemaakt aan medeplegen van schuldwitwassen.
Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, maar aangezien geen straf of maatregel was opgelegd, volstond de Hoge Raad met een constatering van deze verdragsschending en verwierp het beroep verder. De overige middelen van cassatie werden verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor medeplegen van schuldwitwassen zonder strafoplegging; overschrijding redelijke termijn vastgesteld.