ECLI:NL:PHR:2012:BX5005
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt gevangenisstraf voor feitelijke aanranding ondanks recidive en eerdere taakstraffen
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor twee feiten van feitelijke aanranding van eerbaarheid. De verdachte stelde cassatie in tegen dit vonnis.
De Hoge Raad onderzocht onder meer of het hof voldoende had gemotiveerd waarom een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was, mede gelet op de recidive van de verdachte en het feit dat eerdere taakstraffen niet waren voltooid. Ook werd beoordeeld of de verdachte correct was opgeroepen en of er sprake was van schending van de redelijke termijn.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de strafoplegging toereikend had verantwoord door de ernst van de feiten, de omstandigheden en de persoon van de verdachte mee te wegen. Het cassatieberoep werd verworpen omdat geen onbegrijpelijke of onrechtmatige motivering was gegeven en de procedurele klachten faalden.
De uitspraak bevestigt dat bij recidive en eerdere niet-uitgevoerde taakstraffen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend kan zijn en dat de Hoge Raad terughoudend is in het toetsen van strafopleggingen zolang deze begrijpelijk zijn gemotiveerd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van twee maanden wegens feitelijke aanranding.