ECLI:NL:HR:2008:BC3766
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ontvankelijkheid OM en dubbele strafbaarheid bij buitenlandse feiten
De Hoge Raad behandelde een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte was veroordeeld voor het maken van een gewoonte van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of anderen de beschikking over die goederen te verzekeren, gepleegd in België.
De Hoge Raad stelde vast dat op grond van artikel 348 Sv Pro de rechter onderzoek moet doen naar de geldigheid van de dagvaarding, zijn bevoegdheid, de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en het bestaan van redenen voor schorsing van de vervolging. Echter, uit het vonnis hoeft slechts in bepaalde gevallen te blijken dat dit onderzoek is verricht, zoals bij nietigheid of expliciet verweer.
Voorts verduidelijkte de Hoge Raad dat de voorwaarde van dubbele strafbaarheid volgens artikel 5 Sr Pro inhoudt dat het feit strafbaar moet zijn gesteld in het land waar het is begaan, maar niet dat het op dezelfde wijze strafbaar moet zijn als in Nederland. Dit nuanceert eerdere jurisprudentie.
Ten slotte oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, wat tot strafvermindering leidt. De straf werd verminderd tot 21 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De straf werd verminderd tot 21 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.