ECLI:NL:PHR:2012:BX5583
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van het toestemmingsvereiste bij faillissementsaanvraag door de ontvanger
In deze zaak is de besloten vennootschap Daro Vastgoed B.V. failliet verklaard op verzoek van de ontvanger van de Belastingdienst. Daro Vastgoed stelde in cassatie dat het ontbreken van de toestemming van de Minister van Financiën de faillissementsaanvraag onrechtmatig maakt en dat de ontvanger onvoldoende inzicht heeft gegeven in de feiten en omstandigheden die aan die toestemming ten grondslag liggen.
De Hoge Raad overweegt dat de toestemming van de Minister van Financiën geen constitutief vereiste is voor de ontvanger om een faillissement aan te vragen, zoals eerder in een arrest uit 1997 is bepaald. De interne instructies van de Belastingdienst, waaronder de Instructie Invordering en Belastingdeurwaarders, bevatten administratieve richtlijnen die geen zelfstandige rechten aan derden verlenen.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het ontbreken van volledige details in de toestemmingsaanvraag niet leidt tot onrechtmatigheid van de faillissementsaanvraag. Ook het feit dat machtigingsverzoeken zelden worden geweigerd, betekent niet dat de toestemming een lege huls is. De klachten van Daro Vastgoed worden verworpen en het cassatieberoep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Daro Vastgoed wordt verworpen en de faillissementsverklaring blijft in stand.