ECLI:NL:HR:2012:BV1043

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/04185
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 lid 3 F
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen faillietverklaring wegens pluraliteitsvereiste

In deze zaak stond het beroep in cassatie tegen een faillietverklaring centraal. Eiser had tegen de uitspraak van het gerechtshof Arnhem beroep in cassatie ingesteld. De zaak betrof onder meer de toepassing van het pluraliteitsvereiste bij faillissementen zoals neergelegd in artikel 6 lid 3 Faillissementswet Pro.

De Hoge Raad verwees voor het geding in feitelijke instanties naar het vonnis van de rechtbank Arnhem en het arrest van het gerechtshof Arnhem. In cassatie werd het middel aangevoerd, maar de Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot cassatie konden leiden. Er waren geen rechtsvragen aan de orde die in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling nadere beantwoording vereisten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep, hetgeen de Hoge Raad volgde. Het beroep werd derhalve verworpen en de faillietverklaring bleef in stand.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Bakels, Asser en Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Van Oven op 24 februari 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de faillietverklaring is verworpen.

Uitspraak

24 februari 2012
Eerste Kamer
11/04185
EE/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 212757/FT RK 11/377 (insolventienummer 11/250F.) van de rechtbank Arnhem van 18 mei 2011;
b. het arrest in de zaak 200.087.932 van het gerechtshof te Arnhem van 8 september 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 24 februari 2012.