ECLI:NL:PHR:2012:BX9542

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
13 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05115
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 33a SrArt. 26 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verbeurdverklaring wegens onvoldoende motivering door hof

In deze strafzaak werd verdachte door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van verduistering en het doen van verboden beloftes aan een ambtenaar, alsmede het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Het hof legde een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, en verklaarde enkele voorwerpen verbeurd.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof het juiste criterium hanteerde voor de verbeurdverklaring, namelijk dat de voorwerpen zijn gebruikt bij het plegen of voorbereiden van de bewezenverklaarde feiten. Echter ontbrak het aan een begrijpelijke en voldoende gemotiveerde onderbouwing waarom die voorwerpen daarvoor vatbaar zouden zijn, gelet op de aard van de feiten.

De Hoge Raad stelt dat het oordeel van het hof onvoldoende aanknopingspunten biedt voor toetsing in cassatie en dat het hof had moeten verduidelijken op welke wijze het tot zijn oordeel is gekomen. Daarom wordt het middel gegrond verklaard, het bestreden deel van de uitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde beoordeling van de verbeurdverklaring.

Uitkomst: Het arrest vernietigt het oordeel over de verbeurdverklaring wegens onvoldoende motivering en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 10/05115
Mr. Machielse
Zitting 18 september 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte](1)
1. Het Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, heeft verdachte op 22 november 2010 voor 1 primair: Medeplegen van: Verduistering, gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft, 2 en 4: telkens: Medeplegen van: Aan een ambtenaar een belofte doen met het oogmerk om hem te bewegen, in strijd met zijn plicht, iets te doen en 3: Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Tevens heeft het hof een batterij voor een peilzender, een laptop en twee gebruiksaanwijzingen voor een peilzender verbeurd verklaard en de onttrekking aan het verkeer bevolen van een brief.
2. Mr. M.W.G.J. IJsseldijk, advocaat te Arnhem, heeft cassatie ingesteld. Mr. M. Plas, advocaat te Utrecht, heeft een schriftuur ingezonden houdende één middel van cassatie.
3.1. Het middel klaagt dat het oordeel van het hof dat de verbeurdverklaarde voorwerpen daarvoor vatbaar zijn onbegrijpelijk is, omdat het hof heeft geoordeeld dat het onder 2 en 4 tenlastegelegde is begaan of voorbereid met behulp van die voorwerpen terwijl dat nergens uit kan blijken en dat evenmin gelet op de aard van de feiten voor de hand ligt.
3.2. Het hof heeft onder het hoofd "Beslag" het volgende overwogen:
"Het onder 2 en 4 tenlastegelegde en bewezenverklaarde is begaan of voorbereid met behulp van de hierna te noemen in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen. Zij behoren de veroordeelde toe. Zij zullen daarom worden verbeurd verklaard.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van veroordeelde."
3.3. Het hof heeft aldus wel het juiste criterium toegepast, maar onvoldoende aanknopingspunten geboden voor de cassatierechter om te toetsen of dit criterium juist en op begrijpelijke wijze is aangemeten. Gelet op de aard van de feiten waarvoor verdachte is veroordeeld is zonder nadere motivering onbegrijpelijk dat de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid met de verbeurdverklaarde voorwerpen.(2) In cassatie kan niet zonder meer blijken dat het hof wat betreft het oordeel dat aan de verbeurdverklaring ten grondslag ligt heeft beraadslaagd en beslist naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting. Het hof had daarom dat oordeel dienen te verduidelijken.(3)
Het middel slaagt.
4. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging aanleiding behoort te geven.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak voor zover deze de verbeurdverklaring betreft en tot verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Arnhem teneinde in zoverre op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Deze zaak hangt samen met nr. 10/05315 ([medeverdachte]) waarin ik ook vandaag concludeer.
2 HR 31 januari 2006, LJN AU5632; HR 15 december 2009, LJN BK2136.
3 HR 26 mei 2009, LJN BH8590; HR 12 juli 2011, LJN BQ4221.