ECLI:NL:PHR:2012:BY0047
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over bedelen als verstoring van orde op Centraal Station Utrecht
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens het verstoren van de orde, rust, veiligheid of goede bedrijfsgang op het Centraal Station Utrecht door te bedelen, wat bestreden werd in cassatie. Het hof had geoordeeld dat uit de bewijsmiddelen voldoende bleek dat verdachte hinder veroorzaakte door reizigers aan te spreken en de hand op te houden.
In cassatie werd aangevoerd dat niet ieder bedelen als verstoring van orde kan worden aangemerkt en dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom dit gedrag als zodanig was gekwalificeerd. De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie en de wettelijke bepalingen in de Wet personenvervoer 2000 en het Besluit personenvervoer 2000, waarin bedelen expliciet wordt genoemd als verstoring.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de gedragingen van verdachte voldoende had gemotiveerd als hinderlijk en verstorend, en dat de wettelijke regeling duidelijk maakt dat bedelen een verstoring oplevert. Het cassatieberoep faalde en werd verworpen, waarmee de veroordeling in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens verstoring van orde door bedelen op het station blijft in stand.