ECLI:NL:HR:2006:AU8060
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettelijke grondslag voor verwijderingsbevel op station Amsterdam Centraal
De zaak betreft een verwijderingsbevel van het Centraal Station Amsterdam, gegeven op grond van artikel 7 van Pro het Algemeen Reglement Vervoer (ARV). De verdachte werd veroordeeld wegens het niet opvolgen van dit bevel, dat haar verbood zich gedurende veertien dagen op het station te bevinden. Het Hof had geoordeeld dat het bevel rechtsgeldig was gegeven door het Hoofd van de Dienst Spoorwegpolitie, die volgens de tenlastelegging krachtens wettelijk voorschrift met een openbare dienst was belast.
De verdediging voerde aan dat het ARV niet van toepassing was vanwege de Wet personenvervoer 2000 (WPV 2000) en dat het bevel niet was gegeven door een ambtenaar die wettelijk met toezicht was belast. Het Hof verwierp deze verweren, stellende dat de WPV 2000 alleen ziet op reizigers en dat het bevel rechtsgeldig was gemandateerd door de stationsmanager aan de spoorwegpolitie.
De Hoge Raad oordeelt dat de tenlastelegging niet kan worden begrepen als een bevel gegeven krachtens een wettelijk voorschrift, omdat een dergelijke wettelijke basis ontbreekt. Hoewel het ARV een grondslag kan bieden voor het geven van bevelen, betekent mandatering door de stationsmanager niet dat de spoorwegpolitieambtenaar wettelijk met een openbare dienst is belast. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en spreekt de verdachte vrij om doelmatigheidsredenen.
Uitkomst: De verdachte wordt vrijgesproken omdat het verwijderingsbevel niet krachtens wettelijk voorschrift was gegeven.