ECLI:NL:PHR:2012:BY0486
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen uitspraak administratieve rechter
Eisers hebben bij de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek ingediend voor sociale voorzieningen op grond van het dienstverband van hun vader bij het voormalig KNIL. Na het uitblijven van een beslissing maakten zij bezwaar, dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Vervolgens stelden zij beroep in bij de rechtbank te Breda, die zich bevoegd achtte en het beroep ongegrond verklaarde vanwege het ontbreken van een publiekrechtelijke grondslag.
Eisers stelden cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen de uitspraken van de rechtbank. De Hoge Raad oordeelt dat hoewel art. 78 lid 1 RO Pro bepaalt dat de Hoge Raad kennis neemt van cassatieberoepen tegen vonnissen van rechtbanken, lid 2 van dat artikel een uitzondering maakt voor uitspraken van rechtbanken als administratieve rechter. Er is geen wet die bepaalt dat de Hoge Raad kennis kan nemen van cassatieberoep tegen dergelijke bestuursrechtelijke uitspraken.
De Hoge Raad concludeert dat hij formeel bevoegd is om een beslissing te geven op het cassatieberoep, maar materieel niet bevoegd is om kennis te nemen van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de rechtbank als administratieve rechter. Daarom wordt het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan materiële bevoegdheid van de Hoge Raad.