ECLI:NL:PHR:2012:BY0965
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating wettelijke schuldsaneringsregeling wegens tienjaarstermijn
Verzoekers tot cassatie hadden een verzoek ingediend tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar dit werd door de rechtbank Rotterdam afgewezen op grond van artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro, omdat zij binnen tien jaar al eerder onder de regeling vielen.
In hoger beroep bij het hof te 's-Gravenhage werd dit vonnis bekrachtigd. Verzoekers voerden aan dat de eerdere regeling voortijdig was beëindigd door bovenmatige schulden die niet aan hen toe te rekenen waren, mede door faillissementen van budgetbeheerder en bewindvoerders. Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was dat er een causaal verband bestond tussen de faillissementen en de schulden, en dat de uitzonderingen in artikel 288 lid 2 sub d Fw Pro niet van toepassing waren.
De Hoge Raad overweegt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de uitzonderingen niet van toepassing zijn en dat de redelijkheid en billijkheid geen ruimte bieden voor afwijking van de imperatieve afwijzingsgrond. Ook was het verzoek onvoldoende onderbouwd. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.