ECLI:NL:PHR:2012:BY1220
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen recht op advocaatconsultatie voorafgaand aan bloedonderzoek bij verkeersdelicten
In deze zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld over de toepassing van het recht op raadpleging van een advocaat voorafgaand aan een bloedonderzoek bij een verdachte die is aangehouden in verband met verkeersdelicten. De verdediging stelde dat de verdachte recht had op consultatie van een raadsman voordat hij besloot al dan niet mee te werken aan het bloedonderzoek, met verwijzing naar het Salduz-arrest van het EHRM en eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
De Hoge Raad herhaalde dat het bevel tot bloedonderzoek op grond van artikel 163, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 niet gelijkgesteld kan worden aan een eerste politieverhoor. Het recht op raadpleging van een advocaat bestaat volgens de Hoge Raad alleen voorafgaand aan het eerste verhoor, niet voorafgaand aan het besluit om al dan niet mee te werken aan een bloedonderzoek op bevel van de hulpofficier van justitie.
De Hoge Raad verwierp het verweer van de verdediging en bevestigde dat het arrest Dayanan tegen Turkije van het EHRM niet ondersteunt dat het recht op bijstand door een raadsman begint vanaf het moment dat de vrijheid van handelen van een verdachte significant wordt beperkt. De conclusie is dat het beroep van de verdachte faalt en het vonnis van het hof wordt bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen recht op advocaatconsultatie voorafgaand aan bloedonderzoek bij verkeersdelicten.