ECLI:NL:PHR:2012:BY2275
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk onjuiste belastingaangiften en medeplegen valsheid in geschrift door feitelijke leidinggever van rechtspersoon
Verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld wegens het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en medeplegen van valsheid in geschrift, gepleegd door de rechtspersoon [D] B.V., waarvan hij feitelijke leidinggever was. De onjuiste aangiften betroffen het onjuist opgeven van omzetbelasting over meerdere kwartalen in de jaren 2002 tot en met 2005. Daarnaast werden facturen valselijk opgemaakt op naam van buitenlandse personen, terwijl de leveringen feitelijk aan een andere persoon plaatsvonden.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij niet wist van de valsheid van de facturen en dat hij mocht vertrouwen op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van een medeverdachte. Het hof oordeelde echter dat verdachte een onderzoeksplicht had en door het nalaten daarvan willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat valsheid in geschrift werd gepleegd en onjuiste aangiften werden gedaan.
De Hoge Raad bevestigde dat het opzet van de feitelijke leidinggever aan de rechtspersoon kan worden toegerekend en dat het achterwege laten van onderzoek kan wijzen op bewust aanvaarden van een aanmerkelijke kans. Hoewel het hof niet expliciet over de toerekening aan de rechtspersoon oordeelde, ligt dit besloten in de bewijsvoering. De Hoge Raad vernietigde het arrest echter voor wat betreft de strafoplegging vanwege overschrijding van de redelijke termijn en matigde de straf. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een taakstraf van 240 uur, met strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn.