ECLI:NL:PHR:2012:BY3227
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt heffing omzetbelasting bij invoer motorjacht op grond van artikel 22 Wet OB
In deze zaak staat centraal de heffing van omzetbelasting bij de invoer van een motorjacht door belanghebbende, die het jacht had gehuurd van een Arubaanse vennootschap en vervolgens verhuurde aan de natuurlijk persoon die de enige aandeelhouder is van de juridische eigenaar. Het jacht was gebouwd in Nederland en in internationale wateren overgedragen aan de juridische eigenaar. Belanghebbende had de omzetbelasting bij invoer aangegeven en afgetrokken op basis van de verleggingsregeling van artikel 23 van Pro de Wet op de omzetbelasting 1968.
De Inspecteur stelde dat belanghebbende ten onrechte artikel 23 had Pro toegepast en legde op grond van artikel 22 een Pro uitnodiging tot betaling van omzetbelasting op. Rechtbank Haarlem en Hof Amsterdam bevestigden dit standpunt. Belanghebbende stelde vier middelen aan het Hof ten grondslag, waaronder dat zij haar beroep op schending van het verdedigingsbeginsel mocht herroepen, dat de verleggingsregeling terecht was toegepast, en dat zij recht had op vertrouwen in de fiscale behandeling.
De Hoge Raad concludeert dat belanghebbende het beroep op het verdedigingsbeginsel niet kan herroepen en dat het Hof terecht oordeelde dat zij niet de ondernemer was voor wie het jacht bestemd was in de zin van artikel 23 Wet Pro OB. De verleggingsregeling was derhalve niet van toepassing. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt, mede omdat de Belastingdienst in 2002 duidelijk maakte de constructie te willen bestrijden. De foutieve datum in de uitnodiging tot betaling was een duidelijke vergissing zonder gevolgen.
De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende terecht is aangesproken op grond van artikel 22 van Pro de Wet OB voor de omzetbelasting bij invoer van het motorjacht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de heffing van omzetbelasting op grond van artikel 22 Wet OB bevestigd.