ECLI:NL:PHR:2012:BY6143
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak inzake afwijzing toelating schuldsaneringsregeling wegens psychische stoornis
Verzoeker diende op 10 januari 2012 een verzoek in tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wegens een totale schuldenlast van €58.202,43. De rechtbank wees het verzoek op 8 maart 2012 af omdat zij onvoldoende aannemelijk achtte dat verzoeker aan de verplichtingen zou voldoen, mede vanwege zijn langdurige behandeling bij Parnassia en taalachterstand.
Het hof bevestigde deze afwijzing op 26 juni 2012, stellende dat verzoeker zijn psychische stoornis nog niet onder controle had en daardoor arbeidsongeschikt was, waardoor onvoldoende aannemelijk was dat hij zich zou inspannen en de verplichtingen zou nakomen. Het hof baseerde zich op het ontbreken van een verklaring van een hulpverlener dat de psychosociale problemen beheersbaar waren en op landelijke beoordelingscriteria.
In cassatie betoogt verzoeker dat het oordeel van het hof niet strookt met de opzet en het doel van de regeling en met eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad. De Hoge Raad overweegt dat het enkele feit van arbeidsongeschiktheid niet uitsluit dat een schuldenaar zich kan inspannen om aan de verplichtingen te voldoen, bijvoorbeeld door te werken aan herstel. Het oordeel van het hof is onvoldoende gemotiveerd en daarmee onjuist.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug. De motivering van het hof moet duidelijk maken waarom verzoeker op dat moment niet saneringsrijp zou zijn, zodat hij gericht stappen kan ondernemen om alsnog in aanmerking te komen voor de regeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent de toelating tot de schuldsaneringsregeling.