Conclusie
eerste middelklaagt dat de onder 2 bewezenverklaarde bedreiging met zware mishandeling niet uit de bewijsvoering van het Hof kan volgen.
tweede middelkomt op tegen de bewezenverklaring van de onder 6 tenlastegelegde in vereniging gepleegde diefstal met braak uit een bedrijfspand te Rotterdam.
derde middelklaagt dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden omdat de stukken te laat door het Hof zijn ingezonden.