Conclusie
6 Onttrekking
geennieuwe advocaat stelt.
3.Bespreking van het voorwaardelijk incidentele cassatiemiddel
- mr. Van der Korst genoteerd in plaats van mr. Conyn als procesvertegenwoordiger appellant;
- geconstateerd dat de memorie van grieven niet is genomen;
- akte niet-dienen verleend; en
- het gevraagde uitstel voor het nemen van de memorie van grieven geweigerd omdat er geen deugdelijke reden is voor uitstel.
noodzaakper 17.04 2012 als advocaat terug te treden wordt niet gerept. [verweerster 1] houdt staande dat de gewraakte actie slechts als doel had de sanctie van een aangezegd partijperemptoir te ontgaan en ander uitstel te verkrijgen en misbruik van (rol)procesrecht inhoudt. (…)”
4.Bespreking van het principale cassatiemiddel
subonderdeel 1.2zijn de oordelen van het hof in ieder geval onvoldoende gemotiveerd gelet op het op het door [eiseres] c.s. bij H2-formulier ingediende verzoek om aanhouding voor het nemen van de memorie van grieven “in verband met een advocaatwissel”.
altijdeen uitstel van twee weken krijgt. Dit geldt te meer in de gevallen waarin akte niet-dienen is aangezegd tegen de roldatum waarop de vorige procesadvocaat zich onttrekt. Juist in die gevallen is het, mede gelet op de verstrekkende gevolgen van het verlenen van een akte niet-dienen, van belang dat de opvolgend procesadvocaat een korte termijn wordt gegund om de proceshandeling voor te bereiden die hij na die veertien dagen op straffe van verval moet verrichten. Deze termijn kan m.i., uitzonderlijke gevallen daargelaten, niet worden bekort met de toepassing van art. 1.15 van het rolreglement, dat de rolraadsheer de bevoegdheid geeft om van het rolreglement af te wijken.
5.Conclusie in het principale en voorwaardelijk incidentele cassatieberoep
- in het principale cassatieberoep tot vernietiging van de arresten van het gerechtshof Arnhem van 17 april 2012 en 27 april 2012 en tot terugwijzing naar dit hof (thans gerechtshof Arnhem-Leeuwarden) en
- in het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep tot verwerping.