Conclusie
2. Bespreking van het cassatiemiddel
onderdelen 2, 3 en 4, die ik als eerste behandel, zijn gericht tegen rechtsoverweging 2 van het tussenvonnis en rechtsoverweging 2.1 van het eindvonnis, waarin het hof als volgt heeft geoordeeld:
Onderdeel 1, dat is gericht tegen – de hiervoor onder 2.2 geciteerde – rechtsoverweging 2 van het tussenvonnis, klaagt dat het oordeel van het hof dat uit de zich bij de stukken van het hof bevindende appelakte niet valt af te leiden op welke datum deze is ingediend en dat aldus niet valt vast te stellen of het hoger beroep tijdig is ingesteld, blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting en/of onvoldoende is gemotiveerd.