Conclusie
[betrokkene]
eerste middelklaagt dat het Hof blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot het in art. 36e, eerste lid, Sr voorkomende begrip ‘veroordeling’ door daaronder tevens te verstaan een uitspraak houdende een ontslag van alle rechtsvervolging wegens een geslaagd beroep afwezigheid van alle schuld en/of een verweer, ertoe strekkend dat na zodanige uitspraak geen ontnemingsmaatregel kan worden opgelegd, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
tweede middelklaagt dat het Hof gelet op de het wegens afwezigheid van alle schuld gegeven ontslag van alle rechtsvervolging ter zake van feit 4 ten onrechte de daarmee samenhangende contract vergoedingen van de betrokken buitenlandse artsen en tandartsen als wederrechtelijk verkregen voordeel heeft aangemerkt, aangezien het vertrouwensbeginsel waarop het gegeven ontslag van alle rechtsvervolging berust zich ertegen verzet het uit de betrokken handel van illegale vreemdelingen verkregen voordeel in dit geval als wederrechtelijk verkregen voordeel aan te merken.
derde middelklaagt dat het Hof het verweer dat bij de berekening van het voordeel rekening moet worden gehouden met de hoge kosten die zijn gemaakt voor aanloop- en oprichtingskosten van [A] heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
vierde middelklaagt over de afwijzing van het verzoek [getuige] als getuige te horen.