Conclusie
[verdachte]
eerste middelklaagt over de verwerping van het beroep op niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie en valt uiteen in twee klachten. De eerste klacht houdt in dat het hof bij de verwerping van het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie onvoldoende inzicht in zijn gedachtegang heeft gegeven en/of een verkeerde maatstaf heeft aangelegd. De tweede klacht ziet op de motivering van de verwerping van het verweer.
Door de betrokken opsporingsambtenaren is er onjuist geverbaliseerd. Zo zou de startinformatie van deze zaak zijn veredeld, zo is er bewust of onbewust een verkeerde datum vermeld en kloppen de voertuigen niet. Cliënt had op die datum de Avensis en Passat nog niet.
De verbalisanten hebben de tip, door er aan te gaan prutsen, verarmd. Wat is dan de waarde van een tip? Tevens zijn er zaken door verbalisanten aan toegevoegd. Een en ander heeft door de inbeslagname van de Volkswagen Passat ernstige consequenties voor mijn cliënt gehad. Uit de beslissing van de rechtbank, naar aanleiding van het ingediende bezwaarschrift, blijkt tot welke consequenties een en ander kan leiden. De rechtbank nam in de afwijzende beschikking op dat verdachte met de inbeslaggenomen personenauto de nodige materialen ten behoeve van de aangetroffen hennepplantage zou hebben vervoerd. De Passat was toen nog niet eens in beeld!
Hier ziet u wat er gebeurt als er wordt gejokt. Ik zeg niet dat er welbewust een fair trial onmogelijk wordt gemaakt, maar het is wel zo dat de betreffende verbalisanten niet hebben kunnen overzien wat hun handelen tot gevolg heeft. Door zo te handelen is er een inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte.
tweede middelhoudt in dat het hof, in strijd met art. 359a, eerste lid, onder a, en tweede lid, Sv, in verbinding met art. 415 Sv Pro, heeft overwogen dat het vermogensrechtelijk nadeel zich in casu niet door strafvermindering laat compenseren.