ECLI:NL:PHR:2013:1827
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt zelfstandige beoordeling verdiencapaciteit bij vaststelling kinderalimentatie
De zaak betreft een geschil over de vaststelling van kinderalimentatie waarbij de man een WW-uitkering ontvangt en de vrouw een hogere alimentatie vordert op basis van een hogere verdiencapaciteit. De rechtbank stelde de alimentatie vast op € 200 per kind per maand, wat door het hof werd bevestigd met een lichte aanpassing. Het hof oordeelde dat de man onvoldoende inspanningen had verricht om inkomen uit arbeid te genereren, ondanks zijn inschrijving bij uitzendbureaus.
De man stelde in cassatie dat het hof onterecht een zwaardere maatstaf hanteerde dan het UWV, dat geen sancties oplegt zolang sollicitatieverplichtingen worden nagekomen. De Hoge Raad overwoog dat de alimentatierechter niet gebonden is aan het oordeel van het UWV en een eigen, ruimere beoordeling moet maken van de verdiencapaciteit en de inspanningen van de onderhoudsplichtige.
De Hoge Raad benadrukte dat de onderhoudsplichtige zijn verdiencapaciteit optimaal moet benutten en dat de inspanningen in het kader van alimentatie hoger liggen dan de sollicitatieverplichtingen onder de Werkloosheidswet. Het hof heeft dan ook terecht geoordeeld dat de man onvoldoende concrete sollicitaties heeft aangetoond. Het cassatiemiddel wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt dat de man onvoldoende inspanningen heeft verricht om zijn verdiencapaciteit te benutten voor kinderalimentatie.