Uitspraak
mr. Van Ingen verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. W.J. Belder.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een WW-uitkering die door het UWV met ingang van 11 april 2011 voor vier maanden met 25% werd verlaagd wegens onvoldoende sollicitatieactiviteiten in de periode 3 januari tot en met 3 april 2011. De rechtbank oordeelde dat appellant verwijtbaar tekort was geschoten in zijn sollicitatieplicht en wees het beroep af.
In hoger beroep stelt appellant dat hij voldoende heeft gesolliciteerd en dat hem geen verwijt kan worden gemaakt vanwege beperkte mogelijkheden en de mededeling van de werkcoach dat hij op dezelfde wijze mocht doorgaan. De Raad bevestigt dat appellant onvoldoende sollicitaties heeft verricht, maar erkent verminderde verwijtbaarheid vanwege omstandigheden, waaronder de communicatie met de werkcoach.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en verlaagt de maatregel tot een verlaging van 15% van de WW-uitkering gedurende vier maanden, ingaande 11 april 2011. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van kosten en griffierecht.
Uitkomst: De verlaging van de WW-uitkering wordt verminderd tot 15% gedurende vier maanden wegens verminderde verwijtbaarheid.