ECLI:NL:PHR:2013:2079
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep vrijwillige terugtred bij voorbereiding zware mishandeling
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor voorbereiding van zware mishandeling, schuldheling en een overtreding van de Opiumwet. Het hof oordeelde dat de verdachte zich ruim vier uur in Alkmaar bevond met een geladen vuurwapen, wachtend op het beoogde slachtoffer, maar dat het beroep op vrijwillige terugtred niet slaagde omdat het misdrijf niet werd voltooid door omstandigheden buiten de wil van de verdachte.
De verdediging stelde dat de verdachte vrijwillig was teruggetreden omdat hij het slachtoffer niet wilde mishandelen en na een telefoontje wegging. Het hof verwierp dit verweer omdat de verdachte geen geloofwaardige verklaring gaf dat hij het wapen had weggelegd of contact had gezocht met de personen die het wapen hadden verstrekt. De Hoge Raad bevestigde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel voldoende was gemotiveerd.
De Hoge Raad benadrukte dat vrijwillige terugtred bij voorbereiding hogere eisen stelt dan bij poging, omdat het voorbereidingsstadium minder ver is. De verdachte moet een gedraging stellen die de voorbereiding ongedaan maakt of de gevaren ervan wegneemt. Enkel weggaan zonder het wapen te verwijderen of de voorbereidingshandelingen te neutraliseren is onvoldoende. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aannam dat de verdachte met opzet handelde en dat het ontbreken van het slachtoffer niet tot strafuitsluiting leidt.
De Hoge Raad wees tevens op het belang van de intentie van de verdachte bij voorbereiding en dat externe omstandigheden slechts in beperkte mate tot terugtred kunnen leiden. Het cassatieberoep faalde en de straf werd wel verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn, maar het beroep op vrijwillige terugtred werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep op vrijwillige terugtred wordt verworpen; de veroordeling blijft in stand, maar de straf wordt verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn.