ECLI:NL:HR:2009:BJ9244
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens motiveringsgebrek bij beoordeling vrijwillige terugtred
De verdachte werd primair bewezenverklaard van poging tot doodslag door het dichtknijpen van de keel van het slachtoffer, waarbij het misdrijf niet werd voltooid. De verdediging voerde vrijwillige terugtred aan op grond van artikel 46b Sr, stellende dat de verdachte vrijwillig stopte met het misdrijf onder invloed van overreding door de zoon van het slachtoffer.
Het Hof verwierp dit verweer, stellende dat de verdachte pas stopte door uitwendige prikkels en niet uit eigen wil, en oordeelde dat er geen sprake was van vrijwillige terugtred. De Hoge Raad oordeelde echter dat het Hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering en onduidelijk is of de juiste maatstaf is toegepast, mede omdat het Hof de juistheid van het betoog over overreding en beïnvloeding in het midden liet.
De Hoge Raad vernietigde het arrest uitsluitend voor zover het betrekking had op het tenlastegelegde feit, de sanctieoplegging, de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de tenuitvoerlegging van de straf, en verwees de zaak terug naar het Hof voor hernieuwde beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest Hof vernietigd wegens motiveringsgebrek en zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling vrijwillige terugtred.