32. Uit de aan het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 24 januari 2012 gehechte pleitnota volgt dat de raadsman van de verdachte aldaar het volgende heeft aangevoerd:
“De verklaringen van aangeefster
Primair betoogt de verdediging dat de verklaringen van [betrokkene 6] onbetrouwbaar zijn. De aangeefster claimt te zijn [betrokkene 6] oftewel [betrokkene 6], geboren [geboortedatum] 1992, te [geboorteplaats]. Zij heeft een broer [betrokkene 24]. Volgens de in eerste aanleg ingebrachte kopie paspoort, zou zij echter zijn [alias betrokkene 6], geboren [geboortedatum] 1982 te [geboorteplaats]. De verdediging stelt dat zij met dit paspoort, waarvan de echtheid overigens niet vast te stellen is, Europa zou zijn in gereisd.
Opmerkelijk daarbij is het geboortecertificaat van [alias betrokkene 6]. De verdediging begrijpt uit deze stukken dat de echte naam van aangeefster zou zijn [alias betrokkene 6], geboren [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats]. Dit wordt verklaard door [betrokkene 24] die zegt de broer te zijn van [alias betrokkene 6].
Aangeefster zegt tegen de politie dat haar moeder is overleden en dat zij met haar vader en broer in een huis woonde en verder met niemand contact had. Uit bijgaande familiefoto blijkt echter dat zij mogelijk met veel meer mensen woonde en in ieder geval met veel meer mensen contact had.
[betrokkene 6] (als dat inderdaad haar naam is) verklaart dat zij een voodoo-ritueel zou hebben ondergaan bij de moeder van cliënte. Haar moeder, [getuige 4], verklaart echter christelijk te zijn, niets met voodoo te maken te hebben en dat [betrokkene 6] niet bij haar over de vloer is geweest. [getuige 4] is niet aangemerkt als verdachte in dit onderzoek.
Het door haar beschreven ‘voodoo-ritueel’ behelsde het drinken van een cola-mixdrankje in een kopje. Deze gang van zaken verschilt aanzienlijk van de gang van zaken bij andere getuigen, waaronder de ‘ervaringsdeskundige’ beschrijven. Zij spreken over sessies met scheermesjes bij een voodoopriester. De verdediging heeft vraagtekens bij de verklaringen van [betrokkene 6].
Maar ook de politie heeft die. Getuige [getuige 22], de politieman die haar heeft gehoord, zegt uitdrukkelijk hij niet denkt dat alles wat [betrokkene 6] heeft verklaard de waarheid is. Het stuk over het overlijden van haar moeder “kan niet kloppen”. Hij weet ook niet of het voodooritueel daadwerkelijk zo gegaan is en in het verhaal over de verkrachting in Nederland zitten naar zijn idee “onduidelijkheden”. Haar verhaal komt onnatuurlijk over, meent [getuige 22], en hij denkt dat ze eigenlijk al in de prostitutie hier in Nederland zat, maar dat verzwijgt.
De anonieme ervaringsdeskundige zeg bij de rechter-commissaris dat [betrokkene 6] tegen haar zei dat ze in feite ouder was maar van een mevrouw in Amsterdam een lagere leeftijd aan de politie moest opgeven. [betrokkene 6] verklaart bij de politie dat ze zei dat ze twaalf was omdat ze dan hoopte in Nederland te kunnen blijven.
Gelet op die tegenstrijdigheden en vraagtekens, de tegenstrijdigheden aangaande haar identiteit zoals ook in eerste aanleg naar voren gebracht, de voordelen die voor haar aan de B9-procedure zitten en de voordelen die zij heeft als zij zich als minderjarige presenteert meent de verdediging nu dat de gehele verklaring van [betrokkene 6] in twijfel moet worden getrokken en niet als bewijs mag meewerken. Hieruit volgt zoals betoogd vrijspraak. U zult zich moeten afvragen of het verhaal wel klopt, of dat hier een Nigeriaanse die werk zocht en vond in de prostitutie in Amsterdam, om opportunistische redenen een bepaald verhaal vertelt aan de politie dat niet klopt.”