Conclusie
1.Feiten en procesverloop
Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé gedeelte behoorlijk te onderhouden en voor wat betreft de eigenaren/gebruikers van de appartementen met de indexnummers 9 en 10, ook de gemeenschappelijke tuin; (…)
Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik van een privé gedeelte, voor zover bestemd tot tuin, en de eigenaren en gebruikers van de appartementsrechten met de indexnummers 9 en 10 die recht hebben op het uitsluitend gebruik van de tuin welke gelegen is achter hun appartementsrechten, zijn verplicht deze voor zijn rekening als tuin aan de leggen en te onderhouden (…). Hieronder is begrepen het onderhouden en zo nodig vernieuwen van erfafscheidingen en schuren.”.
en dat de binnenplaats, gelegen tussen appartementen met de indexnummers 5, 6 en 7, welke plaatselijk bekend zijn [a-straat] 52, 54 en 56 te Utrecht, uitsluitend gebruikt mag worden door de eigenaren/gebruikers van de appartementen met de indexnummers 5, 6 en 7 en dat het gemeenschappelijke trappenhuis uitsluitend gebruikt mag worden door de eigenaren/gebruikers van de appartementen met de indexnummers 11 tot en met 16, welke plaatselijk bekend zijn [a-straat] 64, 66, 68, 70, 72 en 74 Utrecht.(…)”
“Alle kosten van welke aard dan ook, verband houdende met de tuin, gelegen aan de appartementen met de indexnummers 9 en 10 (…) komen voor rekening van de eigenaren van de appartementen met de indexnummers 9 en 10, ieder voor gelijke delen.”Artikel 18 lid 1 luidt Pro:
“Iedere eigenaar en gebruiker is verplicht zijn privé gedeelte behoorlijk te onderhouden en voor wat betreft de eigenaren/gebruikers van de appartementen met de indexnummers 9 en 10, ook de gemeenschappelijke tuin; de eigenaren/gebruikers van de appartementen met de indexnummers 5, 6 en 7 ook gemeenschappelijke binnenplaats en de eigenaren/gebruikers van de indexnummers 11 tot en met 16 het gemeenschappelijke trappenhuis. (…)”.Artikel 22 lid 1 bepaalt Pro tot slot:
“Iedere eigenaar en gebruiker die recht heeft op het gebruik van een privé gedeelte, voor zover bestemd tot tuin, en de eigenaren en gebruikers van de appartementsrechten met de indexnummers 9 en 10 die recht hebben op het uitsluitend gebruik van de tuin welke is gelegen achter hun appartementsrechten, zijn verplicht deze voor zijn rekening als tuin aan te leggen en te onderhouden (...) Hieronder is begrepen het onderhouden en zo nodig vernieuwen van erfafscheidingen en schuren.”
Gebruik, beheer en onderhoud van de privé gedeelten. Artikel 2 lid 1 sub Pro 3b rept van de tuin gelegen
aande appartementen en een kostenverdeling voor gelijke delen. De lager gelegen tuin sluit voor gelijke delen aan appartementen 60 en 62 terwijl de hooggelegen tuin – die een veel groter oppervlak heeft dan de lage tuin - alleen achter appartement 60 ligt.
2.Beoordeling van het cassatieberoep
privégedeeltemoet worden vastgesteld. Daarop werd beslist dat voor de vaststelling van het recht tot uitsluitend gebruik van een gedeelte van een in een splitsing betrokken registergoed bepalend is hetgeen daaromtrent is vastgelegd in de op die splitsing betrekking hebbende splitsingsstukken (HR 28 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO5223, NJ 2011/58, TBR 2011/157 m.nt. G.G.J.D. Verdoes Kleijn ([A/B])).
uitdan wel
aan de hand vande ingeschreven stukken. Ik gaf aan dat aan die voorwaarde naar mijn mening voldoet het geval dat het te leveren perceel in de akte slechts wordt omschreven met een kadastrale aanduiding. Een niet in de registers ingeschreven (concept)tekening kan echter geen rol spelen. [13] Voorts kan meewegen hetgeen blijkt uit de plaatselijke situatie waarnaar de omschrijving in de akte verwijst. [14] Er geldt, kortom, dat de uitleg zich beperkt tot hetgeen de akte openbaart. [15] Aan andere voor derden kenbare bronnen komt geen rol toe. [16] Hetzelfde geldt voor het feitelijk gebruik dat van het object wordt gemaakt [17] en voor fysieke kenmerken van het object (zoals de feitelijke begrenzing) die niet in de akte worden vermeld en waarnaar de akte overigens ook geen enkele verwijzing bevat. [18]
“de in de notariële akte tot uitdrukking gebracht(e) partijbedoeling die moet worden afgeleid uit de in de akte gebezigde bewoordingen, uit te leggen naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte.”(rov. 3.4, vierde volzin). Het subonderdeel berust op de lezing dat het hof met deze overweging heeft bedoeld dat het bij de uitleg van de splitsingsstukken uitsluitend aankomt op de in de splitsings
aktetot uitdrukking gebrachte partijbedoeling. Geklaagd wordt dat het hof aldus heeft miskend dat bij de vaststelling van de omvang van het gebruiksrecht naast de splitsingsakte ook de splitsingstekening dient te worden betrokken.
en de splitsingstekening. Vervolgens heeft het hof in rov. 3.11 de splitsingstekening in zijn uitleg betrokken, waarbij het hof tot het oordeel is gekomen dat de tekening over de vraag in kwestie onvoldoende duidelijkheid biedt. Ten slotte wordt er in rov. 3.15 aan herinnerd dat de splitsingstekening mede beslissend geacht is.
eerstedat het hof bij de uitleg van de splitsingsstukken ten onrechte mede belang hecht aan
“de feitelijke situatie ter plaatse”(rov. 3.6). Volgens [eiser] c.s. miskent het hof hiermee dat bij de uitleg van splitsingsstukken de situatie ter plaatse, althans voor zover deze niet blijkt uit c.q. tot uitdrukking komt in die stukken, geen rol kan spelen
uitof
aan de hand vanc.q.
door verwijzing inde ingeschreven splitsingsstukken kenbaar zijn.
lagergelegen gemeenschappelijke tuin, gelegen achter de appartementen 9 en 10” of “de gemeenschappelijke tuin
tot aan de muur, gelegen achter de appartementen 9 en 10”, zou raadpleging van de feitelijke situatie ter plaatse ongetwijfeld niet – vermoedelijk ook niet bij eisers tot cassatie – op bezwaren stuiten. In dat geval voorziet de ingeschreven akte immers in een verwijzing naar die feitelijke situatie ter plaatse. De onderhavige omschrijving in art. 11 (en art. 2) van de splitsingsakte (“de gemeenschappelijke tuin, gelegen
achter(resp.
aan) de appartementen met indexnummers 9 en 10”) onderscheidt zich naar mijn mening echter niet wezenlijk van de zojuist genoemde. Ook deze omschrijving bevat immers een
verwijzingnaar de feitelijke situatie ter plaatse. Raadpleging daarvan is temeer gerechtvaardigd indien, zoals in het onderhavige geval, de splitsingstekening geen uitsluitsel biedt. Op de tekening worden bijna alle gemeenschappelijke binnen- en buitenruimten op de begane grond (tuin, hal [20] en binnenplaats) aaneengesloten weergegeven.
tweedeals rechtens onjuist de overweging van het hof dat bij de uitleg van de splitsingsstukken betekenis toekomt aan
“alle omstandigheden van het geval”(rov. 3.4, laatste volzin). Volgens eisers tot cassatie miskent het hof met deze overweging dat bij de uitleg van splitsingsstukken slechts acht kan worden geslagen op die stukken zelf en niet op omstandigheden die daaruit (naar objectieve maatstaven) niet blijken.
subonderdeel 1cacht het hof bij de uitleg ten onrechte mede van belang
“de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden.”(rov. 3.4, laatste volzin).
subonderdeel 2ais de uitleg van het hof onbegrijpelijk omdat de splitsingsstukken geen andere uitleg toelaten dan dat het gebruiksrecht van de eigenaren van de appartementen nrs. 60 en 62 zowel het lage als het hoge gedeelte van de tuin omvat, zulks om de volgende, mede in onderlinge samenhang te beschouwen redenen.
aan de achterzijdevan de appartementen. Dit geldt temeer nu de tuin zowel in de akte als in de tekening als één geheel is beschouwd en daarin geen onderscheid is gemaakt tussen een laag en een hoog gedeelte. Uitgaande van één tuin, ligt deze onmiskenbaar achter de bedoelde appartementen. In de redenering van het hof zou het lage gedeelte ook niet achter beide appartementen liggen, nu één deel daarvan achter nr. 60 en het andere achter nr. 62 ligt.
onder (ii)het oordeel van het hof (in rov. 3.13, 3e volzin) onbegrijpelijk dat een kostenverdeling voor gelijke delen met betrekking tot het hooggelegen deel minder voor de hand ligt op de grond dat dat deel achter nr. 60 ligt en een veel groter oppervlak beslaat dan de laaggelegen tuin. Aangevoerd wordt dat de kostenverdeling voor gelijke delen en de gezamenlijke onderhoudsplicht berusten op het
gezamenlijke– en dus voor ieder van de eigenaren gelijkwaardige – gebruiksrecht.
ookvrijwel alle
andereappartementen in zowel de oude als de nieuwe situatie een eigen gemeenschappelijke open ruimte, of zelfs een eigen balkon, dakterras etc. hebben. [22] In het licht van het voorgaande mocht het hof acht slaan op de buitenruimtes van de verschillende appartementen, waaronder appartement nr. 62.
subonderdeel 2cslaagt evenmin.