Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het Hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op door de verdediging in de schriftelijke voorbereiding vervatte verweren en ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunten. Blijkens de toelichting op het middel wordt daarbij gedoeld op de aan de inhoudelijke behandeling van de ontnemingsvordering door de raadsman geproduceerde memorie van grieven d.d. 30 december 2011 waarin onder meer is aangevoerd dat een onjuiste berekeningsmethode is toegepast en dat ten onrechte alle legale inkomsten van de betrokkene als van misdrijf afkomstig zijn aangemerkt. Nu het Hof in het bestreden arrest heeft overwogen dat het “kennis [heeft] genomen van hetgeen door veroordeelde en zijn raadsman, Mr. H.J. Pellinkhof, naar voren is gebracht”, heeft volgens de steller van het middel het Hof vanzelfsprekend tot uitdrukking willen brengen dat de standpunten en verweren die in de schriftelijke voorbereiding (ik begrijp: door de verdediging, EH) zijn gerelateerd “als ter terechtzitting voorgedragen zijn beschouwd”, zodat kan worden gezegd dat, nu het Hof daarop in het geheel niet heeft gerespondeerd, het bestreden arrest niet naar de eis der wet voldoende met redenen is omkleed.
Onderzoek van de zaak