ECLI:NL:PHR:2013:2438
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-opleggen straf bij medeplegen vernieling ondanks transactieconflicten
Het Gerechtshof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van opzettelijke vernieling, maar zonder straf of maatregel op te leggen. Verdachte stelde in cassatie dat het OM onrechtmatig handelde door na een betaalde transactie voor een andere overtreding alsnog vervolging in te stellen, en voerde schending van het vertrouwensbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en het concentratiebeginsel aan.
De Hoge Raad oordeelt dat het transactievoorstel betrekking had op een overtreding (artikel 461 Sr Pro) en niet op het misdrijf van vernieling (artikel 350 Sr Pro), zodat verdachte geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het niet vervolgd worden voor vernieling. Het hof heeft dit gemotiveerd en terecht geoordeeld dat het OM ontvankelijk was in de vervolging.
Verder is het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen omdat de medeverdachte niet vervolgd werd wegens onvindbaarheid en niet vanwege willekeur. Ook het verweer dat het een flutzaak betreft is verworpen, waarbij de Hoge Raad benadrukt dat vervolgingsbeslissingen in kleine zaken slechts marginaal getoetst kunnen worden en het OM een ruime beleidsvrijheid heeft.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de eerdere uitspraak van het hof en wijst de cassatie af.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het hofarrest waarin verdachte schuldig wordt bevonden zonder strafoplegging.