ECLI:NL:HR:2012:BV6661
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid OM wegens opgewekt vertrouwen door CJIB-brief bij verkeersovertreding
De zaak betreft een verdachte die op 6 december 2008 met circa 150 km/u buiten de bebouwde kom reed, een aanzienlijke overschrijding van de maximumsnelheid. De verdachte ontving op 23 januari 2009 een brief van het CJIB waarin werd medegedeeld dat de zaak was ingetrokken en als afgedaan kon worden beschouwd. Op basis van deze brief voerde de verdediging het vertrouwensbeginsel aan en verzocht het OM niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof oordeelde echter dat de verdachte, gelet op de ernst van de overtreding, niet gerechtvaardigd het vertrouwen kon ontlenen aan de brief dat hij niet vervolgd zou worden. Bovendien had het parket te Zutphen bij brief van 17 februari 2009 toegelicht welke vergissing tot de brief had geleid, waardoor de verdachte niet lang in onzekerheid bleef.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van de verdachte. Het arrest benadrukt dat het opgewekte vertrouwen door een CJIB-brief alleen tot niet-ontvankelijkheid kan leiden indien het vertrouwen in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd is, wat hier niet het geval was vanwege de zeer aanzienlijke snelheidsovertreding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het OM is ontvankelijk in de vervolging ondanks de brief van het CJIB.