ECLI:NL:PHR:2013:2527
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt faillietverklaring na ingetrokken hoger beroep en behandelt proceskostenverdeling
In deze zaak verzocht een schuldeiser de rechtbank om de schuldenaar failliet te verklaren. De rechtbank wees dit verzoek af, waarna de schuldeiser hoger beroep instelde. Kort voor de uitspraak trok de schuldeiser het hoger beroep in, wat het hof echter niet kende bij zijn arrest waarin het faillissement alsnog werd uitgesproken.
De schuldenaar stelde cassatie in tegen deze faillietverklaring, stellende dat het hoger beroep tijdig en rechtsgeldig was ingetrokken en het hof daarom niet ambtshalve failliet mocht verklaren. De Hoge Raad oordeelde dat het hof het faillissementsverzoek niet had mogen toewijzen en vernietigde het arrest, waarbij het de zaak zelf afdeed door de afwijzende beschikking van de rechtbank te bekrachtigen.
Verder behandelde de Hoge Raad de vraag of de Staat in de proceskosten van de cassatieprocedure kan worden veroordeeld. Gezien het ontbreken van wettelijke grondslag en het feit dat de Staat geen partij was, werd dit verzoek afgewezen. Ook werd vastgesteld dat de faillissementskosten en het salaris van de curator moeten worden vastgesteld en verdeeld conform art. 15 lid 3 Fw Pro, maar niet ten laste van de Staat kunnen worden gebracht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bekrachtigt de afwijzende beschikking van de rechtbank, waarbij de faillissementskosten en curatorensalaris worden vastgesteld.