Uitspraak
200404601/1.
200606058/1) de overschrijding van de redelijke termijn uitsluitend aan het betrokken bestuursorgaan kon worden toegerekend, terwijl het in deze procedure een mogelijke rechterlijke overschrijding van die termijn betreft.
Raad van State
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding op grond van de Regeling Nadeelcompensatie Betuweroute (RNB) door de minister van Verkeer en Waterstaat. De rechtbank Arnhem had het beroep van appellant ongegrond verklaard. Appellant stelde onder meer dat het bestemmingsplan uit 1974 niet voorzag in de bouw van geluidsschermen en dat de sloop van woningen en de verlegging van een gasleiding tot waardevermindering en schade hadden geleid.
De Afdeling oordeelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bestemmingsplan wel voorzag in de bouw van geluidsschermen en dat de sloop van woningen geen nadelige waardevermindering heeft veroorzaakt. Ook is de vermeende meerafstand tot Oud-Zevenaar onvoldoende om schadevergoeding toe te kennen. De schade door overlast van bouwwerkzaamheden valt binnen het normaal maatschappelijk risico en komt niet voor vergoeding in aanmerking.
Verder is het betoog dat de geluidbelasting slechts berekend en niet gemeten is, door de rechtbank terecht verworpen. Wel is vastgesteld dat de procedure ruim vijf jaar en acht maanden heeft geduurd, wat een overschrijding van de redelijke termijn oplevert. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, maar opent het onderzoek naar een mogelijke schadevergoeding wegens deze termijnoverschrijding en merkt de Staat der Nederlanden als partij aan in die procedure.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van het schadeverzoek, maar opent het onderzoek naar vergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.