ECLI:NL:PHR:2013:795
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing noodweerverweer en behandelt veroordeling voor mishandeling en overtreding APV Rotterdam
In deze zaak heeft het gerechtshof ’s-Gravenhage verdachte op 31 mei 2011 veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder mishandeling en het opzettelijk niet voldoen aan een vordering van een politieambtenaar, met een gevangenisstraf van 90 dagen waarvan 33 dagen voorwaardelijk. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding.
Verdachte stelde in hoger beroep dat hij zich had verdedigd uit noodweer, omdat de aangeefster hem als eerste had aangevallen. Het hof oordeelde echter dat verdachte zich aan de situatie had kunnen onttrekken door weg te lopen, en verwierp het noodweerverweer. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatiemiddel af, omdat het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk is en feitelijke onjuistheden in de verklaring van verdachte niet tot cassatie leiden.
Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte op 1 mei 2009 te Rotterdam opzettelijk geen gehoor gaf aan een vordering van een politieambtenaar om zich te verwijderen, hetgeen strafbaar is gesteld in artikel 2.1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam. Hoewel de motivering van het hof omtrent deze veroordeling ontoereikend is, leidt dit niet tot vernietiging omdat verdachte niet in zijn belangen wordt geschaad. De Hoge Raad ziet geen reden tot ambtshalve ingrijpen en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor mishandeling en het niet voldoen aan een vordering van een politieambtenaar.