Conclusie
4.Bewezenverklaring en bewijsvoering
5.Het eerste middel
6.Het tweede middel
juridischvoltooid is, dan wel of
feitelijkhet oogmerk van den moord het misdadige van het feit verhoogt.”
Parket bij de Hoge Raad
Op 27 april 2007 vond te Rotterdam een drugsdeal plaats waarbij verdachte en mededaders het plan hadden om twintig kilo heroïne te verduisteren door een geldomwisseltruc. Tijdens deze transactie ontstond een gewelddadige confrontatie waarbij twee slachtoffers werden beschoten, waarvan één overleed en de ander zwaar gewond raakte.
Het Hof Den Haag veroordeelde verdachte wegens medeplegen van gekwalificeerde doodslag en poging daartoe, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, het bezit van het wederrechtelijk verkregene (de verduisterde heroïne) aan zichzelf en mededaders te verzekeren. Verdachte voerde in hoger beroep onder meer aan dat er geen opzet was op de dood van de slachtoffers en dat de heroïne al uit de woning was toen het geweld plaatsvond.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans op geweld en dodelijke afloop heeft aanvaard. Ook is het oogmerk om het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren niet beperkt tot het moment waarop het strafbare feit is voltooid, maar kan ook betrekking hebben op het beoogde verkrijgen. De klachten van verdachte falen, en het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor medeplegen van gekwalificeerde doodslag en poging daartoe met een gevangenisstraf van veertien jaren.