Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
15/316555-23 (P)
[adres 1] ,
hierna te noemen: de verdachte of [verdachte] .
1.Inleiding
modus operandi(werkwijze) legde de politie een link tussen de gewelddadige dood van [slachtoffer 1] en andere gewelddadige overvallen die zich hadden voorgedaan in de regio West-Friesland. De politie zag overeenkomsten op het gebied van het type slachtoffers, het aantal daders, de wijze van verschaffen van toegang tot de woning, het gebruik van (extreem) geweld en vuurwapens en de buit. Naar aanleiding van meldingen bij het Team Criminele Inlichtingen en Meld Misdaad Anoniem kwamen verschillende personen in beeld als mogelijke betrokkenen bij deze overvallen. Een aantal van die personen was ook al aangemerkt als verdachte in TGO Ararat. Gezien de overeenkomsten in zowel de werkwijze als de mogelijk betrokken personen ging de politie ervan uit dat de overvallen door één dadergroep zijn gepleegd. In juli 2021 werd onder de naam Geul een overkoepelend onderzoek naar de reeks gewelddadige overvallen gestart.
Mainz
[slachtoffer 3]
[medeverdachte 3]
Oberhof
Nieuwe Niedorp
Tankstation [slachtoffer 5]
[medeverdachte 3]
Millet
[slachtoffer 7]
[medeverdachte 2]
[medeverdachte 3]
Zwenkau
[slachtoffer 9]
[medeverdachte 2]
[medeverdachte 3]
[slachtoffer 11]
[slachtoffer 12]
Ararat
[medeverdachte 3]
Willich
Noord-Scharwoude
[slachtoffer 14]
[medeverdachte 4] [medeverdachte 2]
8 augustus 2020 t/m 22 juli 2021
[medeverdachte 2]
[medeverdachte 3]
2.Tenlastelegging
– samengevat en op chronologische volgorde weergegeven – heeft schuldig gemaakt aan:
De Goorn op 8 augustus 2020; en/of
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] in De Goorn op
8 augustus 2020;
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] in Dreumel op
30 december 2020;
Feit 3 (Zwenkau) – 15/259320-22- medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 9] in Avenhorn op
7 januari 2021;
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] , met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, in Avenhorn op 7 januari 2021;
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 10] , [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] in Heerhugowaard op 4 juni 2021;
Feit 6 (Ararat) – 15/322543-21- medeplegen van gekwalificeerde doodslag op [slachtoffer 1] in Berkhout op 14 juni 2021;
- medeplegen van poging tot afpersing van [slachtoffer 1] , met de dood ten gevolge, in Berkhout op 14 juni 2021;
Feit 8 (Willich) – 15/186945-22- medeplegen van diefstal met (bedreiging met) geweld op [slachtoffer 13] in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021; en/of
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 13] in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021;
- medeplegen van afpersing van [slachtoffer 14] , met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, in Noord-Scharwoude op 22 juli 2021.
3.Voorvragen
4.Beoordeling van het bewijs
4.3.1 Zaaksdossier Mainz
Op 7 augustus 2020 rond 21:00 uur is hij via Facebook Messenger benaderd door [medeverdachte 3] met de vraag om te komen chillen met een meisje. [medeverdachte 1] heeft toen [medeverdachte 3] opgehaald bij [medeverdachte 2] thuis en samen hebben zij het meisje, [getuige 1] , opgehaald in Hoorn. [medeverdachte 1] heeft ’s avonds met [getuige 1] bij [medeverdachte 2] in de tuin gezeten. Daar waren een hoop mensen, een stuk of tien. Sommigen waren buiten de poort, anderen in het huis en anderen in de tuin. Er hing niet echt een leuke sfeer en daarom heeft hij [getuige 1] naar huis gebracht. [medeverdachte 1] heeft verder verklaard dat hij daarna is doorgereden naar zijn chalet op camping [camping] in Berkhout. Hij had met [medeverdachte 3] afgesproken dat hij daar ook heen zou komen . [medeverdachte 3] had met anderen het plan gemaakt om een inbraak te plegen en heeft [medeverdachte 1] gevraagd of ze daarna weer terug mochten komen naar het chalet. Toen [medeverdachte 1] bij de camping aankwam, was [medeverdachte 3] daar al. Zij hebben een tijdje in het chalet van [medeverdachte 1] gezeten en gesproken over hetgeen zij van plan waren. Volgens [medeverdachte 1] waren ook [verdachte] , [medeverdachte 6] , [naam 3] en [medeverdachte 2] daarbij. Op de parkeerplaats van de camping is [medeverdachte 1] in de kofferbak van de auto van [medeverdachte 3] gestapt en meegereden naar De Goorn. [medeverdachte 3] heeft zijn auto in een inham voorbij de woning geparkeerd, waarna [verdachte] , [medeverdachte 6] , [naam 3] en [medeverdachte 2] zijn uitgestapt. [medeverdachte 1] is ook uitgestapt en heeft aan één van deze mannen een breekijzer aangegeven. [verdachte] , [medeverdachte 6] , [naam 3] en [medeverdachte 2] zijn over het weiland naar de woning gelopen. [medeverdachte 3] heeft de auto doorgereden naar het toegangshek en [medeverdachte 1] heeft daar met [medeverdachte 3] staan wachten op de anderen. Ze zijn uiteindelijk samen weer naar het chalet van [medeverdachte 1] gereden. [medeverdachte 1] heeft toen gehoord dat [medeverdachte 2] had geschoten. De anderen waren daar boos over. [medeverdachte 1] heeft het een dag later aan [getuige 1] verteld.
- de reden waarom hij die avond (toch) in de auto is gestapt en is meegegaan met de medeverdachten;
- zijn wetenschap omtrent het feit dat het de woning van (goede) bekenden van zijn ex-vriendin betrof;
- de oorzaak van het aantreffen van zijn DNA-materiaal op een in de loods in Hoogwoud aangetroffen breekijzer;
- de locatie waar hij tijdens de overval heeft gestaan en/of gelopen;
- de wijze waarop zijn DNA-materiaal op de koeienriem terecht is gekomen.
De rechtbank stelt in dat verband vast dat [medeverdachte 1] telkens gelijkluidend heeft verklaard ten aanzien van de strafrechtelijke betrokkenheid van zijn mededaders bij de woningoverval. [medeverdachte 1] heeft gedetailleerd, concreet en consistent verklaard over wie betrokken waren bij de overval, wat de onderlinge rolverdeling was, waar zij zich voorafgaand aan de overval hebben verzameld, waar zij na de overval naartoe zijn gegaan en wie er tijdens de overval zou hebben geschoten. De verklaring van [medeverdachte 1] vindt in zoverre ook op belangrijke onderdelen en in relevante mate steun in ander (objectief) bewijsmateriaal, dat de rechtbank hierna uiteen zal zetten.
Ondersteuning voor de verklaring van [medeverdachte 1]
memory-effect, wat een aanwijzing kan zijn dat de verzamelingen deeltjes dezelfde bron van herkomst hebben. Weliswaar heeft de deskundige ter zitting toegelicht dat niet met 100% zekerheid kan worden vastgesteld dat het zogenaamde memory-effect hier speelt, maar het lijkt er wel sterk op, omdat de aangetroffen verzamelingen deeltjes anders alleen kunnen worden aangetroffen in de situatie dat in alle gevallen is geschoten met eenzelfde (soort) wapen, waarmee dezelfde (soorten) munitie is geschoten en waarbij de munitie dan ook in dezelfde volgorde moet zijn verschoten.
De rechtbank stelt op basis hiervan vast dat [medeverdachte 3] (ongeveer) één week voor de overval de beschikking heeft gehad over zowel een voertuig van hetzelfde merk en type als de vluchtauto als de valse kentekenplaten die op de vluchtauto waren bevestigd.
Zendmastgegevens van [medeverdachte 3]Uit het politieonderzoek is gebleken – en door de verdediging niet betwist – dat [medeverdachte 3] ten tijde van de overval de gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer] . Uit de historische verkeersgegevens van dat telefoonnummer blijkt dat de telefoon op 29 december 2020 van 20:54 uur tot 22:11 uur een zendmast heeft aangestraald die dekking geeft aan de woning van [medeverdachte 2] . Vervolgens heeft de telefoon een reisbeweging gemaakt naar Amsterdam. Van 23:23 uur tot 23:46 uur heeft de telefoon een zendmast aangestraald die (onder meer) staat gericht op de Bok de Korverweg en de [adres 11] in Amsterdam. Dit laatste adres betreft het adres waar [verdachte] ten tijde de overval woonachtig was. Hierna heeft de telefoon op 30 december 2020 om 00:52 uur een zendmast aangestraald in Lith (Gelderland). Tijdens de overval heeft de telefoon geen verbindingen geregistreerd. De telefoon heeft om 03:24 uur een zendmast aangestraald in Vianen en vervolgens om 03:52 uur in Almere. Beide zendmastlocaties zijn naar voren gekomen in de netwerkmeting uitgevoerd op de route Dreumel-Almere. Van 04:43 uur tot 04:58 uur heeft de telefoon een zendmast aangestraald in Lelystad. Vanaf 06:45 uur heeft de telefoon contact gemaakt met zendmasten in de regio West-Friesland.
De rechtbank concludeert dat de verdachte hiermee geen aannemelijke verklaring voor of uitleg aan de inhoud en strekking van de door hem gevoerde chatgesprekken heeft gegeven. Ook de medeverdachten zijn met deze berichten geconfronteerd, maar hebben geen enigszins aannemelijke interpretatie van de chatberichten geboden.
De berichten van [medeverdachte 4] dat het “er niet lag” en “hij het echt niet had” passen bovendien bij de uitgesproken verwachting van de overvallers dat er een ton (€ 100.000,-) in de woning van de aangevers zou moeten liggen, maar dit niet het bedrag is dat uiteindelijk is weggenomen.
- [verdachte] , nadat [medeverdachte 3] ervan op de hoogte was geraakt dat aangever [slachtoffer 6] hem verdacht, opnieuw met [medeverdachte 3] heeft afgesproken in Amsterdam;
- [verdachte] bij de politie stellig heeft ontkend dat hij [medeverdachte 3] op 29 december 2020 heeft gezien en de verklaring van [verdachte] op dit punt dus niet consistent is.
Verklaringen van de aangevers [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9]
Goud, Gol(d)(ies), GoudsmitZoals gezegd is [slachtoffer 8] edelsmid van beroep en had hij een werkplaats aan huis, met een kluis met daarin zijn voorraad goud en zilver. Tussen de verschillende verdachten en ook met anderen worden er eind december 2020, begin januari 2021 berichten gewisseld, waarin gesproken wordt over goud, gol en goldies. Zo zegt [naam 7] (een bekende van de verdachten) tegen [verdachte] op 20 december 2020: “Morgen of overmorgen ga ik die ene” (…) “die Goud”. [verdachte] zegt dan “Is cool, check hem goed”. Op 23 december 2020 zegt [medeverdachte 2] tegen [verdachte] : “up ook niet wat goldies dan doen”. Op 3 januari 2021 zegt [verdachte] tegen [naam 3] : “Tamara gaan we die gol doen”. De rechtbank gaat ervan uit dat waar er in deze berichten wordt gesproken over ‘die Goud’, ‘Goldies’ en ‘Gol’, dat er dan wordt gesproken over ‘de goudsmid’, refererend aan het beroep van [slachtoffer 8] . Voor deze interpretatie is doorslaggevend dat [medeverdachte 4] op 6 januari 2021 expliciet de benaming goudsmid gebruikt. Hij zegt namelijk tegen [getuige 2] dat hij vanavond “een goeie torri heeft, bij goldies goudsmit in osso”. De rechtbank begrijpt dit bericht zo dat [medeverdachte 4] hier spreekt over een overval (torri) op een goudsmid in huis (in osso), welke overval dus ook daadwerkelijk die nacht heeft plaatsgevonden.
21 december 2020 op zijn naam staan. Uit een vergelijking van de vluchtauto met de auto van [medeverdachte 3] , kan worden geconcludeerd dat dit dezelfde auto betreft. De rechtbank ziet steun voor die conclusie in de WhatsApp-berichten tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] van 13 december 2020. De rechtbank heeft hiervoor in het onderzoek Millet overwogen dat deze berichten gaan over het aanbetalen en het inleggen van geld voor een BMW 7-serie en een Audi A8. Bij de woningoverval in het onderzoek Millet, waarbij de verdachte ook betrokken is geweest, was sprake van het gebruik van een Audi A8 als vluchtauto. In het onderhavige onderzoek is dus gebruik gemaakt van een BMW 7-serie, te weten de BMW van [medeverdachte 3] met kenteken [kenteken 5] .
“Ma kijk wat je wilt doen
Mij nu laten vallen
Wat er ook gebeurd moet je mij door dik en dun steunen
Daarin laat je mij al zien
Ik heb niet op iemand geschoten
Gewoon daarbinnen wat schoten gelost
Vanzelfsprekend moeten we rustig blijven nu.”
De rechtbank overweegt het volgende. Uit het BOB-dossier blijkt allereerst dat de bewuste chat met [naam 8] op dat moment nog slechts gedeeltelijk vertaald was. Ook staat het woord geklonken tussen aanhalingstekens. De rechtbank gaat ervan uit dat dit zo is, omdat (grammaticaal gezien) onduidelijk is wat de zin betekent als [verdachte] zou hebben gezegd niet op mensen ‘te hebben geklonken’. Verder blijkt uit het dossier dat op een later moment alle Telegram-berichten tussen [verdachte] en [naam 8] zijn vertaald door een beëdigd
tolk-vertaler. De rechtbank gaat uit van de juistheid van deze vertaling, nu de tolk alle berichten heeft vertaald en zo de berichten ook in context heeft kunnen plaatsen. Hierbij is ook van belang dat de rechtbank de verdachte ter zitting indringend heeft bevraagd over wat er volgens hem dan staat geschreven in de aangehaalde chat. De verdachte heeft hier ter zitting geen antwoord op gegeven. Dit terwijl het de verdachte zelf is die de bewuste berichten heeft geschreven en dus Papiamento spreekt. Het had daarom op zijn weg gelegen om concreet aan te geven wat er niet correct zou zijn vertaald, en wat er volgens hem wel staat. De verdachte heeft dit nagelaten. De rechtbank gaat dan ook uit van de vertaling zoals die in de bewijsmiddelen is opgenomen.
Uit de aangiftes volgt verder dat één dader bij de deur stond. Deze dader is van achteren door [slachtoffer 9] aangevallen. De rechtbank gaat ervan uit dat dit [verdachte] is geweest, omdat de verklaring van [slachtoffer 9] past bij het letsel dat hij heeft opgelopen. Dan blijft over de dader met het vuurwapen die in de hoek van de kamer onder de televisie stond. De rechtbank gaat ervan uit dat deze dader [medeverdachte 4] betreft. Dit past ook bij de beschrijving die [slachtoffer 9] van deze dader heeft gegeven. Zij heeft immers verklaard dat hij kleiner was dan zij, en dat zij 1,70 meter is. Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 4] 1,66 meter is.
opzettelijkvan het leven (trachten te) beroven. Onder ‘opzettelijk’ wordt ook begrepen ‘voorwaardelijk opzet’ wat betekent dat voldoende is als de verdachten bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het slachtoffer van het leven zou worden beroofd.
oogmerkom het oorsprongsfeit voor te bereiden, te vergemakkelijken of om – bij betrapping op heterdaad – aan zichzelf of anderen straffeloosheid of bezit van het wederrechtelijke verkregene te verzekeren. Anders verwoord: de (poging tot) doodslag wordt gepleegd met een specifiek doel.
Vluchtauto
13 juni 2021 bij de verklaring van [getuige 5] en heeft [medeverdachte 3] in afgeluisterde gesprekken tussen hem en zijn moeder en met zijn toenmalige vriendin bevestigd dat hij de auto van [getuige 5] heeft geleend.
Om 17:31 uur was [naam 1] in de omgeving van het treinstation Hoorn. Op datzelfde tijdstip maakte [verdachte] contact met een Cell-ID die ook dekking geeft aan het treinstation te Hoorn.
Wat verder bijdraagt aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [getuige 6] is een afgeluisterd telefoongesprek tussen [getuige 6] en [medeverdachte 4] van 9 september 2022. Dit was kort nadat bekend werd dat er zich een getuige had gemeld die (uitsluitend anoniem) een verklaring wilde afleggen. Deze bedreigde anonieme getuige X heeft verklaard dat hij/zij van één van de daders van de overval met dodelijke afloop in Berkhout heeft gehoord dat [medeverdachte 2] het slachtoffer van deze overval heeft neergeschoten.
6 juni 2021 langs de woning van [slachtoffer 1] is gereden. Het bereik van zendmasten is groot en bestrijkt een veel groter gebied dan de (straat van de) woning van [slachtoffer 1] . Ook aan de hand van chats kan niet worden geconcludeerd dat de verdachte op 6 juni 2021 in de directe omgeving van de woning van [slachtoffer 1] is geweest. De verdediging heeft er verder op gewezen dat de verdachte niet betrokken is geweest bij voorverkenningen op andere dagen, dat nergens uit blijkt dat hij bij de woning van [slachtoffer 1] is geweest in de nacht van 13 op
14 juni 2021 en dat er geen getuigenverklaringen zijn die voor de verdachte belastend zijn. Niet uitgesloten kan worden dat [verdachte] die nacht is achtergebleven in de loods. Er is voorts geen bewijs dat de verdachte op de hoogte was van de aanwezigheid van wapens. Hij wist niet dat een mededader een wapen zou afvuren en er is daarom geen sprake van (voorwaardelijk) opzet op de dood van het slachtoffer. Dat de daders meteen na het schot zijn gevlucht zonder buit wijst erop dat men de kans op het dodelijk geweld tegen [slachtoffer 1] niet bewust heeft aanvaard.
21 op 22 juli 2021 met [naam 9] in de woning van [medeverdachte 2] was.
still(overzichtsfoto) waarop van links naar rechts de daders 1 tot en met 5 te zien zijn (zoals te zien op p. 581 in Map ZD07). [getuige 3] heeft aangegeven iedereen te herkennen op de beelden. Zij heeft daarover gezegd dat als je met iemand omgaat, dat je diegene dan herkent. Op de overzichtsfoto herkent zij persoon 1 als zijnde [medeverdachte 2] . Persoon 2 met de schoudertas herkent zij als [verdachte] . Persoon 3 met de camouflagerugzak is volgens haar [medeverdachte 4] . Personen 4 en 5 zouden volgens [getuige 3] [naam 3] en een vriend van hem zijn. Verder heeft zij verklaard dat zij de auto die op de haar getoonde beelden de straat uitrijdt, herkent als de auto van [naam 9] .
Op de beelden van de [adres 22] is te zien dat persoon 1 nog steeds voorop loopt. Op deze beelden is ook te zien dat deze persoon geen gezichtsbedekking draagt, maar een muts op lijkt te hebben met een capuchon daaroverheen, zoals [getuige 3] heeft beschreven. Persoon 2, met de sporttas nu kruiselings om zijn schouder, loopt als derde de steeg in naast [adres 22] .
selfievan [medeverdachte 4] van 23 juli 2021, een dag na de overval. Ook passen de schoenen van persoon 3 bij de schoenen die [medeverdachte 4] eerder op de avond omstreeks 23:00 uur aan had.
Verder is door de verdediging bestreden dat sprake was van een georganiseerd samenwerkingsverband. Er was sprake van een wisselend netwerk waar nog meer mensen bij betrokken waren, terwijl de verdachte geen opzet had op het oogmerk van de organisatie, te weten het plegen van overvallen.
organisatie’moet worden verstaan een samenwerkingsverband tussen tenminste twee personen met een zekere duurzaamheid en structuur.
deelneming’aan een organisatie als bedoeld in artikel 140 Sr Pro kan slechts dan sprake zijn als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in gedragingen dan wel gedragingen ondersteunt die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel bedoelde oogmerk.
oogmerk’tot het plegen van misdrijven. Voor dat oogmerk kan ook het naaste doel van de organisatie volstaan. Het is niet vereist dat het plegen van misdrijven de voornaamste bestaansgrond van de organisatie is.
Het oogmerk hoeft niet in de tenlastelegging nader te zijn omschreven, maar moet uit de bewijsvoering blijken. Daarbij kan onder meer betekenis toekomen aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie.
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een vuurwapen en breekijzers ter hand te nemen en
- meermalen met een breekijzer tegen het lichaam en op het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en
- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen en
- [slachtoffer 2] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- meermalen met een vuurwapen in de richting van die [slachtoffer 2] te schieten en
- een vuurwapen tegen haar hoofd te drukken en te houden en
- haar dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en
- een voorwerp tegen de rug van die [slachtoffer 3] te duwen en
- die [slachtoffer 3] te dwingen mee te lopen;
- vuurwapens en een breekijzer en een hamer ter hand te nemen en
- (daarbij) dreigend tegen [slachtoffer 7] en [slachtoffer 6] de woorden “Geld” en “Er moet 100.000 euro liggen” toe te voegen, althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking, en
- die [slachtoffer 7] te dwingen mee te lopen en
- de handen en voeten van die [slachtoffer 7] vast te binden en
- tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] te slaan en
- aan de haren van die [slachtoffer 7] te trekken en
- die [slachtoffer 7] (met kracht) van het bed af te trekken, en
- een vuurwapen, althans een voorwerp, tegen het hoofd van die [slachtoffer 6] te houden en
- de handen en voeten van die [slachtoffer 6] vast te binden;
Feit 5 (Zulpich) – 15/025439-23hij op 4 juni 2021 te Heerhugowaard gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 7] tezamen en in vereniging met anderen een personenauto (Audi Q7) en een mobiele telefoon en een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 10] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 12] en [slachtoffer 11] en [slachtoffer 10] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren door
- een zak over het hoofd van [slachtoffer 12] te trekken en
- die [slachtoffer 12] vast te binden en
- een heet strijkijzer tegen de schouder van [slachtoffer 12] te drukken en
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, tegen de rug van [slachtoffer 12] te houden en
- die [slachtoffer 12] meermalen met een koevoet tegen het bovenbeen te slaan en
- te roepen “waar is het geld” en “Ik snij haar strot door als jullie niet zeggen of er nog meer geld is” en “Waar is de kluis” en
- die [slachtoffer 10] meermalen (met een koevoet) tegen het gezicht en zijn been te slaan en
- een vuurwapen te tonen aan [slachtoffer 10] en
- die [slachtoffer 10] en [slachtoffer 11] vast te binden en te blinddoeken en
- tegen die [slachtoffer 10] te roepen “waar is het geld” en “meer geld” en
- tegen die [slachtoffer 11] te roepen “waar is het geld” en “We steken het in brand” en
- een vuurwapen op [slachtoffer 11] te richten en te dwingen mee te lopen;
Feit 6 (Ararat) – 15/322543-21hij op 14 juni 2021 te Berkhout tezamen en in vereniging met anderen, [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een vuurwapen op het bovenlichaam van die [slachtoffer 1] te schieten,
welke doodslag werd vergezeld en voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een poging tot diefstal met geweld in vereniging van een of meerdere goederen van hun gading, gepleegd tegen die [slachtoffer 1]
en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
welke poging tot diefstal werd vergezeld en gevolgd van geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- vuurwapens en een breekijzer ter hand te nemen, en
- met een vuurwapen op het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden;
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 13] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een vuurwapen, op die [slachtoffer 13] te richten en te tonen, en
- dreigend de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van de woning van [voornaam 4] ” en “We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking en
- die [slachtoffer 13] met tape vast te binden;
Feit 10 (Willich) – 15/186945-22hij op 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd uit een woning gelegen aan de [adres 8] tezamen en in vereniging met anderen
welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [slachtoffer 14] ,
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van de verdachte
7.Motivering van de sanctie
- het strafblad van de verdachte, gedateerd 4 maart 2024;
- het over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapport van 28 september 2022 van mr. drs. R.A. Sterk, klinisch psycholoog;
- de over de verdachte uitgebrachte Pro Justitia rapportage van 8 februari 2023 van het PBC, opgesteld door I.W.J. ten Post, GZ-psycholoog, en M. Fluit, psychiater.
Betrokkene weigert het onderzoek consequent en is daardoor zeer beperkt onderzoekbaar. Door de beperkingen van het onderzoek valt niet te bepalen of betrokkene lijdende is aan een psychische stoornis of een verstandelijke handicap. Aldus kunnen een doorwerking van eventuele psychopathologie in het ten laste gelegde, noch een gevaar voor recidive op basis van vastgestelde psychopathologie, worden onderbouwd. Onderzoekers kunnen dientengevolge ook geen antwoord geven op de vraag of behandeling voor betrokkene geïndiceerd is in het kader van recidivebeperking en - als dit al geïndiceerd zou zijn - in welk (juridisch) kader dit dan zou moeten plaatsvinden.
Geen overschrijding van de redelijke termijnAls uitgangspunt heeft te gelden dat de behandeling van strafzaken waarbij de verdachte in verband met de zaak in voorlopige hechtenis verkeert dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen zestien maanden nadat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden zoals de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdachte en/of zijn raadsman op het procesverloop en de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld. De rechtbank is van oordeel dat van zo’n uitzonderingssituatie sprake is. Rekening houdend met de omvang en de complexiteit van de zaak, die bestaat uit meerdere onderzoeken en waarvoor meerdere verdachten terechtstaan, stelt de rechtbank de redelijke termijn in de zaak van de verdachte vast op dertig maanden. De verdachte is op 30 november 2021 in verzekering gesteld. De redelijke termijn is daarom niet overschreden en er is dus geen reden om de op te leggen straf te verminderen vanwege de duur van de procedure.
8.Beslissing op het beslag
9.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
De gestelde schade bestaat uit € 5.988,45 aan materiële schade en € 20.000,00 aan immateriële schade.
De materiële schade bestaat uit de volgende vijf posten:
- weggenomen geldbedrag € 3.000,00;
- eigen risico verzekering € 113,00;
- installatie alarmsysteem € 1.174,00;
- abonnementskosten alarmsysteem € 1.581,45;
- beredderingskosten € 120,00.
Subsidiair heeft de verdediging zich ten aanzien van de posten ‘weggenomen geldbedrag’ en ‘eigen risico verzekering’ gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De verdediging heeft ten aanzien van de schadeposten ‘installatie alarmsysteem’ en ‘abonnementskosten alarmsysteem’ aangevoerd dat de schade moet worden verminderd met het bedrag aan BTW, omdat de benadeelde partij deze kan verrekenen.
De verdediging heeft verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen wegens gebrek aan onderbouwing van het geestelijk letsel.
- eigen risico verzekering € 113,00;
- installatie alarmsysteem (minus 21% BTW) € 970,25;
- abonnementskosten alarmsysteem (minus 21% BTW) € 1.306,98;
De wettelijke rente over de abonnementskosten van het alarmsysteem ter hoogte van € 1.306,98 is verschuldigd vanaf 1 december 2021. De abonnementskosten worden gevorderd vanaf september 2020 tot en met februari 2023 en de rechtbank gaat daarom uit van een datum die in het midden ligt van deze periode.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
Subsidiair heeft de raadsman verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen.
HoofdelijkheidDaarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
€ 51.912,56 ingediend tegen de verdachten wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
- gestolen goederen € 29.582,30
De materiële schade is verminderd met een uitkering van de verzekering ter hoogte van
€ 8.919,74.
Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de goederen met nummers 6 t/m 8, 13, 16 t/m 19, 21 t/m 27, 29, 30, 33 en 34 kunnen worden toegewezen, met dien verstande dat rekening moet worden gehouden met waardevermindering (afschrijving). De verdediging heeft aangevoerd dat een vergoeding voor de overige goederen moeten worden afgewezen, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De verdediging heeft verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen.
7. Oorbellen Zilveren creolen € 55,00
8. Oorbellen Ti Sento € 59,00
18. Zonnebril Ray Ban € 150,00
19. Zonnebril Ray Ban € 150,00
20. Zonnebril Ray Ban € 150,00
21. Zonnebril Ray Ban € 150,00
22. Zonnebril Ray Ban € 150,00
23. Zonnebril Ray Ban € 150,00
30. Horloge Corum Royal Flush € 3.900,00
31. Moët champagne € 399,00
32 . 2x Piper Heidsick (champagne) € 150,00
34. Audi A8 € 19.500,00.
Immateriële schadeMet betrekking tot de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank als volgt. Gelet op artikel 6:106 BW Pro ontstaat het recht op vergoeding van immateriële schade als gevolg van onrechtmatig handelen, onder meer in geval van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, door schade in de eer of goede naam of op andere wijze. De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer 6] geen lichamelijk letsel heeft opgelopen.
Subsidiair heeft de verdediging verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen.
De rechtbank komt gelet op de aard en ernst van de woningoverval, de onderbouwing van de vordering, alsmede de bedragen die in min of meer vergelijkbare gevallen worden toegekend, vergoeding van de immateriële schade tot een bedrag van € 7.000,00 billijk voor.
Het meer gevorderde zal worden afgewezen.
Subsidiair heeft de verdediging verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen en de schokschade af te wijzen. Voor het overige heeft de verdediging zich ter terechtzitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank overweegt hiertoe dat zij de “gezamenlijke materiële schade” zal vaststellen op een bedrag van € 3.822,64. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:
d. portemonnee € 45,00;
6 maart 2024, die ter onderbouwing is overgelegd, op naam is gesteld van [slachtoffer 9] . De rechtbank zal dit gedeelte van de vordering daarom niet-ontvankelijk verklaren.
Nu in onderhavige zaak sprake is geweest van aantasting in de persoon door het oplopen van lichamelijk letsel, is er een wettelijke grondslag voor de vordering van de benadeelde partij en mogen ook de andere niet als lichamelijk letsel te kwalificeren gevolgen worden meegewogen in de vaststelling van de omvang van de schade naar billijkheid.
an sich.Uit die stukken blijkt niet dat er geestelijk letsel bij [slachtoffer 8] is ontstaan als gevolg van de emotionele schok door de confrontatie met het geweld tegen [slachtoffer 9] of het letsel dat [slachtoffer 9] heeft opgelopen. Met het letsel dat is ontstaan bij [slachtoffer 8] is al rekening gehouden bij de hoogte van het bedrag aan immateriële schadevergoeding dat aan hem is toegekend. De rechtbank zal daarom de gevorderde schokschade afwijzen.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
De rechtbank zoekt hiervoor telkens aansluiting bij de uiterste betaaldata van de desbetreffende facturen.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. De rechtbank gaat hierbij uit van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over het eigen risico ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 10 april 2021, de datum van afschrijving door de verzekeraar.
De wettelijke rente over de inkomstenderving van € 1.140,00 is verschuldigd vanaf 25 januari 2021. De rechtbank gaat hierbij uit van de datum waarop [slachtoffer 8] weer is gaan werken.
De wettelijke rente over de medische kosten van € 40,00 is verschuldigd vanaf 19 januari 2024. Uit de factuur blijkt immers dat deze toen al was voldaan.
Over het resterende bedrag ter hoogte van € 27.769,99 wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf 7 januari 2021, de datum waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
Subsidiair heeft de verdediging verzocht de hoogte van de immateriële schadevergoeding te matigen en de affectieschade af te wijzen, dan wel de benadeelde partij daarin niet-ontvankelijk te verklaren. Voor het overige heeft de verdediging zich ter terechtzitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
De hiervoor genoemde medische kosten ad € 1.201,98 zijn daarbij als volgt opgebouwd:
- eigen bijdrage verzekering over 2022 € 166,98;
- kosten EMDR-behandelingen € 650,00.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de sloten ter hoogte van € 405,00 (de helft van € 810,00) is verschuldigd vanaf 1 februari 2021.
De wettelijke rente over de kosten van het vervangen van de autosleutel ter hoogte van € 109,92 (de helft van € 219,84) is verschuldigd vanaf 2 maart 2021.
De wettelijke rente over de braakschade ter hoogte van € 155,88 (de helft van € 311,75) is verschuldigd vanaf 17 januari 2024. De rechtbank gaat hierbij uit van de datum van indiening van de vordering, omdat er geen factuur is overgelegd waaruit een eerdere datum als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro kan worden afgeleid.
De wettelijke rente over het eigen risico over 2021 ter hoogte van € 385,00 is verschuldigd vanaf 23 april 2021, de datum van betaling aan de verzekeraar.
De wettelijke rente over de kosten van de EMDR-sessies van € 650,00 is verschuldigd vanaf 1 september 2022. De sessies zijn gevolgd gedurende de periode van 1 juni 2022 tot en met 3 januari 2023 en de rechtbank zoekt aansluiting bij het midden van deze periode.
Een en ander tot aan de dag van algehele voldoening.
ProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.
Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
HoofdelijkheidDaarbij zal de rechtbank bepalen dat indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
SchadevergoedingsmaatregelDe rechtbank ziet als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: diefstal met geweld en bedreiging met geweld, in vereniging gepleegd] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr op te leggen.
Het meer gevorderde zal worden afgewezen.
Over het bedrag aan immateriële schade van € 5.000,00 wordt de wettelijke rente toegewezen van 4 juni 2021, de datum waarop de overval heeft plaatsgevonden.
ProceskostenDaarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden begroot op nihil.
€ 20.000,00 ingediend tegen de verdachten wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 5 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
27 (zevenentwintig) jaren.
10.000 STK Geld Vals (omschrijving: NHRAA21018-733208).
[slachtoffer 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 15.510,23(zegge: vijftienduizend vijfhonderd tien euro en drieëntwintig eurocent), bestaande uit € 5.510,23 als vergoeding voor de materiële schade en € 10.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 15.510,23(zegge: vijftienduizend vijfhonderd tien euro en drieëntwintig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 38 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 3]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.000,00(zegge: vijfduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 3] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.000,00(zegge: vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 12 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 6]geleden schade tot een bedrag van
€ 35.131,13(zegge: vijfendertigduizend honderd eenendertig euro en dertien eurocent), bestaande uit € 30.131,13 als vergoeding voor de materiële schade en € 5.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 6] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 6] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 35.131,13(zegge: vijfendertigduizend honderd eenendertig euro en dertien eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 85 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 7]geleden schade tot een bedrag van
€ 7.000,00(zegge: zevenduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 7] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 7] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 7.000,00(zegge: zevenduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 december 2020 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 8]geleden schade tot een bedrag van
€ 31.021, 32(zegge: eenendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig eurocent), bestaande uit € 3.521, 32 als vergoeding voor de materiële schade en € 27.500,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 8] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
Bepaalt dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een (van de) medeverdachte(n) is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 8] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 31.021, 32(zegge: eenendertigduizend eenentwintig euro en tweeëndertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 75 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 9]geleden schade tot een bedrag van
€ 29.004,09(zegge: negenentwintigduizend vier euro en negen eurocent), bestaande uit € 4.004,09 als vergoeding voor de materiële schade en € 25.000,00 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 9] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
- over een bedrag van € 399,00 vanaf 27 februari 2023,
- over een bedrag van € 145,00 vanaf 1 juli 2023,
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 9] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 29.004,09(zegge: negenentwintigduizend vier euro en negen eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 71 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 10]geleden schade tot een bedrag van
€ 10.000,00(zegge: tienduizend euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 10] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 10] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 10.000,00(zegge: tienduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 24 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 11]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.380,00(zegge: vijfduizend driehonderd tachtig euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, aan [slachtoffer 11] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
tot aan de dag der algehele voldoening.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 11] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.380,00(zegge: vijfduizend driehonderd tachtig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 13 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hiervoor genoemde aanvangsdata tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
[slachtoffer 12]geleden schade tot een bedrag van
€ 12.500,00(zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro), bestaande uit vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer 12] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
schadevergoedingsmaatregelten behoeve van slachtoffer [slachtoffer 12] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 12.500,00(zegge: twaalfduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 30 dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen, en/of
- (vervolgens) met een vuurwapen op/in het lichaam van die [slachtoffer 1] te schieten,
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 1] is overleden
en/of
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand heeft genomen, en/of
- (vervolgens) met een vuurwapen op/in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschoten,
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 13] te richten en/of te tonen, en/of
- (daarbij) (dreigend) de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [voornaam 4] " en/of "We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 13] met tape vast te binden
en/of
- een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 13] te richten en/of te tonen, en/of
- (daarbij) die [slachtoffer 13] (dreigend) de woorden toe te voegen: “We willen de sleutel van (de woning van) [voornaam 4] " en/of "We willen geld”, althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 13] met tape vast te binden
2.hij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04: 32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan de [adres 8] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk [slachtoffer 14] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen in het bovenlichaam van die [slachtoffer 14] heeft geschoten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing in vereniging en/of een diefstal met geweld in vereniging door middel van braak en/of verbreking gepleegd in een woning gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd (strafbaar gesteld in (de) artikel(en) 317, 312 lid 1 jo lid 2 jo 310 van het Wetboek van Strafrecht), welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
- (met een vuurwapen) in het bovenlichaam van die [slachtoffer 14] te schieten en/of
- die [slachtoffer 14] om/bij de keel vast te pakken en/of vast te houden
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 14] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen
en/of
hij op of omstreeks 22 juli 2021 te Noord-Scharwoude (omstreeks 04: 32 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan de [adres 8] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 14] heeft gedwongen tot de afgifte van portemonnee (met inhoud) en/of een usb stick, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan die [slachtoffer 14] in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) door
- (met een vuurwapen) in het bovenlichaam van die [slachtoffer 14] te schieten en/of
- die [slachtoffer 14] om/bij de keel vast te pakken en/of vast te houden
ten gevolge waarvan die [slachtoffer 14] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid welke vooromschreven poging tot doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing in vereniging en/of een diefstal met geweld in vereniging van een geldbedrag en/of een portemonnee (met inhoud) en/of (een) (auto)sleutel(s) en/of sigaretten en/of een aansteker, in elk geval enig(e) goed(eren), gepleegd tegen die [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 8] welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;
2.hij op of omstreeks 7 januari 2021 te Avenhorn, gemeente Koggenland (omstreeks 01.35 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan/op [adres 6] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een geldbedrag en/of een portemonnee (met inhoud) en/of (een) (auto)sleutel(s) en/of sigaretten en/of een aansteker, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om zich dat/die goed(eren) wederrechtelijk toe te eigenen,
welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken, en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- een of meerdere (vuur)wapens ter hand te nemen en/of
- die [slachtoffer 8] om/bij de keel vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te richten en/of te tonen, en/of
- meermalen (met een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 8] te slaan en/of
- (daarbij) (meermalen) dreigend te roepen “geld” en/of "Ga je geld halen achter" en/of "Schiet hem dood" en/of "We willen het grote geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met kracht op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 9] te duwen en/of
- (met een vuurwapen) op en/of in de richting van de keel/hals, althans lichaam, van die [slachtoffer 9] te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 9] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen.
en/of
hij op of omstreeks 7 januari 2021 te Avenhorn, gemeente Koggenland (omstreeks 01.35 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd) (in/uit een woning gelegen aan/op [adres 6] ) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag en/of een portemonnee (met inhoud) en/of (een) (auto)sleutel(s) en/of sigaretten en/of een aansteker, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) door
- een of meerdere (vuur)wapens ter hand te nemen en/of
- die [slachtoffer 8] om/bij de keel vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een daarop gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] te richten en/of te tonen, en/of
- meermalen (met een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 8] te slaan en/of
- (daarbij) (meermalen) dreigend te roepen “geld” en/of "Ga je geld halen achter" en/of "Schiet hem dood" en/of "We willen het grote geld", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- met kracht op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 9] te duwen en/of
- (met een vuurwapen) op en/of in de richting van de keel/hals, althans lichaam, van die [slachtoffer 9] te schieten ten gevolge waarvan die [slachtoffer 9] zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen.
15/025439-231.hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 08 augustus 2020 tot en met 22 juli 2021 te De Goorn en/of Nieuwe Niedorp en/of Dreumel en/of Avenhorn en/of Berkhout en/of Langedijk en/of Hoogwoud , althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 3] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven te weten het plegen van overvallen (artikel 312/317 Wetboek van Strafrecht);
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) en/of hamer(s) ter hand te nemen en/of
- (daarbij) dreigend tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 6] de woorden "Geld" en/of "Er moet 100.000 euro liggen" toe te voegen, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of
- die [slachtoffer 7] te dwingen mee te lopen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 7] vast te binden en/of
- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] te slaan en/of
- aan de haren van die [slachtoffer 7] te trekken en/of
- die [slachtoffer 7] (met kracht) van het bed af te trekken
- een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 6] te drukken en/of te houden en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 6] vast te binden
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) en/of hamer(s) ter hand te nemen en/of
- (daarbij) tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 6] dreigend de woorden "Geld" en/of "Er moet 100.000 euro liggen" toe te voegen, althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of
- die [slachtoffer 7] te dwingen mee te lopen en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 7] van vast te binden en/of
- op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 7] te slaan en/of
- aan de haren van die [slachtoffer 7] te trekken en/of
- die [slachtoffer 7] (met kracht) van het bed af te trekken, en/of
- een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen zijn hoofd van die [slachtoffer 6] te drukken en/of te houden en/of
- de handen en/of voeten van die [slachtoffer 6] vast te binden;
- een zak over het hoofd van [slachtoffer 12] te trekken en/of
- die [slachtoffer 12] vast te binden en/of
- (vervolgens) een heet strijkijzer op/tegen de schouder van [slachtoffer 12] te drukken en/of te houden en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op/tegen de rug van [slachtoffer 12] te houden, althans te tonen en/of
- die [slachtoffer 12] meermalen, met een koevoet op/tegen het bovenbeen te slaan en/of
- (daarbij) te roepen "waar is het geld" en/of "Ik snij haar strot door als jullie niet zeggen of er nog meer geld is" en/of "Waar is de kluis" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 10] meermalen (met een koevoet) op/tegen het gezicht en/of zijn been te slaan en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, te tonen aan [slachtoffer 10] en/of
- die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] vast te binden en/of te blinddoeken en/of
- (daarbij) tegen die [slachtoffer 10] te roepen "waar is het geld" en/of "meer geld" of woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- (daarbij) tegen die [slachtoffer 11] te roepen "waar is het geld" en/of "We steken het in brand", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op [slachtoffer 11] te richten en/of te dwingen mee te lopen
- een zak over het hoofd van [slachtoffer 12] te trekken en/of
- die [slachtoffer 12] vast te binden en/of
- (vervolgens) een heet strijkijzer op/tegen de schouder van [slachtoffer 12] te drukken en/of te houden en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op/tegen de rug van [slachtoffer 12] te houden, althans te tonen en/of
- die [slachtoffer 12] meermalen, met een koevoet op/tegen het bovenbeen te slaan en/of
- (daarbij) te roepen "waar is het geld" en/of "Ik snij haar strot door als jullie niet zeggen of er nog meer geld is" en/of "Waar is de kluis" of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of
- die [slachtoffer 10] meermalen (met een koevoet) op/tegen het gezicht en/of zijn been te slaan en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, te tonen aan [slachtoffer 10] en/of
- die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] vast te binden en/of te blinddoeken en/of
- (daarbij) tegen die [slachtoffer 10] te roepen "waar is het geld" en/of "meer geld" of woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of
- (daarbij) tegen die [slachtoffer 11] te roepen "waar is het geld" en/of "We steken het in brand", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of
- een vuurwapen, althans een daarop lijkend voorwerp, op [slachtoffer 11] te richten en/of te dwingen mee te lopen;
door - een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen en/of
- meermalen (met een breekijzer, althans een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en/of
- meermalen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen en/of
- (daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (meermalen) (met een vuurwapen) op en/of in de richting van die [slachtoffer 2] te schieten en/of
- die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen haar hoofd te drukken en/of te houden en/of
- (daarbij) dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp in/tegen de rug van die [slachtoffer 3] te duwen en/of
- die [slachtoffer 3] te dwingen mee te lopen
- een of meerdere (vuur)wapens en/of breekijzer(s) ter hand te nemen en/of
- meermalen (met een breekijzer, althans een voorwerp) op/tegen het lichaam en/of op het hoofd van die [slachtoffer 2] te slaan en/of
- meermalen op/tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] te schoppen en/of
- (daarbij) die [slachtoffer 2] dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (meermalen) (met een vuurwapen) op en/of in de richting van die [slachtoffer 2] te schieten en/of
- die [slachtoffer 3] vast te pakken en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp op/tegen haar hoofd te drukken en/of te houden en/of
- (daarbij) dreigend de woorden “geld, geld, geld” toe te voegen en/of
- (vervolgens) een vuurwapen, althans een voorwerp in/tegen de rug van die [slachtoffer 3] te duwen en/of
- die [slachtoffer 3] te dwingen mee te lopen.