Conclusie
1.De feiten en het procesverloop
2.Bespreking van het cassatiemiddel
in accordance with a procedure prescribed by lawin de zin van art. 5 lid 1 EVRM Pro.
objective medical expertisegeplaatst in het kader van de bescherming tegen willekeur die in art. 5 EVRM Pro wordt beoogd. Het arrest vervolgt:
objective medical expertisewordt doorgaans gedacht aan een medisch-wetenschappelijke verantwoording van het uitgevoerde geneeskundig (psychiatrisch) onderzoek. Dit past bij de in art. 5 EVRM Pro besloten liggende gedachte dat willekeurige vrijheidsbeneming moet worden vermeden. In de gezaghebbende Aanbevelingen van het Comité van Ministers van de Raad van Europa (2004) luidt het: “Involuntary placement, involuntary treatment, or their extension should only take place on the basis of examination by a doctor having the requisite competence and experience,
and in accordance with valid and reliable professional standards.” [9]
the validity of continued confinement”) door een rechter moet kunnen worden getoetst. Met de inwerkingtreding van de wijzigingswet van 22 juni 2000, Stb. 2000/292, op 1 februari 2002 is, naar aanleiding van de eerste evaluatie van de Wet Bopz, het bepaalde in het eerste lid van art. 5 in Pro die zin gewijzigd dat in de gevallen dat de betrokkene vrijwillig of krachtens een rechterlijke machtiging reeds in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, hij steeds moet worden onderzocht door een psychiater die niet bij de behandeling betrokken is, in de wetsgeschiedenis ook wel aangeduid als “een onafhankelijk psychiater”. In het tweede lid van art. 16 Wet Pro Bopz is bepaald dat art. 5, eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing is. Dit betekent dat de geneesheer-directeur:
objective medical expertise’een verklaring nodig van een “onafhankelijk oordelend, dat wil zeggen, niet bij de behandeling betrokken, ter zake deskundige arts”. Het zevende lid voegt hieraan toe: “Indien het verzoek een cliënt betreft die al in een accommodatie verblijft, kan de in het vijfde lid, onderdeel d, bedoelde verklaring niet worden verstrekt door de arts die verbonden is aan de desbetreffende zorgaanbieder” [30] . Ter toelichting op het voorgestelde zevende lid is vermeld: “Bovendien kan in dat geval de medische verklaring niet worden opgesteld door een arts die aan de instelling is verbonden, ook al was hij of zij niet de behandelend arts van de cliënt. Hiermee wordt de objectiviteit van de medische verklaring gegarandeerd. Het gaat immers om een geval waarin de cliënt of de vertegenwoordiger het niet eens is met het verblijf in de accommodatie.” [31]
Code de la santé publiquebepaalt onder meer:
Gesetz über das Verfahren in Familiensachen und in den Angelegenheiten der freiwilligen Gerichtsbarkeit (FamFG), par. 312 - 339 (
Unterbringungssachen). Par. 321 lid 1 vereist voor onvrijwillige opneming een medische verklaring (“
Gutachten über die Notwendigkeit der Massnahme”),afgegeven door een psychiater of een andere arts met ervaring op het gebied van de psychiatrie. Tot slot bepaalt het artikellid: “
Bei der Genehmigung einer Einwilligung in eine ärtzliche Zwangsmassnahme oder bei deren Anordnung soll der Sachverständige nicht der zwangsbehandelnde Artz sein.” [35] De regeling in de Angelsaksiche landen, waarin een belangrijke rol is toegedeeld aan een multidisciplinair samengestelde
Mental Health Commission, laat zich minder goed met de regeling van dit onderwerp in de Wet Bopz vergelijken en laat ik daarom onbesproken.
objective medical expertise. Dit vereiste betekent niet dat geen gebruik mag worden gemaakt van onderzoek door een deskundige die in dienst is van de kliniek waarin de betrokkene wordt behandeld (zie alinea 2.8 hiervoor). Het dienstverband of andere binding met de kliniek waarin de betrokkene wordt behandeld kan onder omstandigheden wel gevolgen hebben voor de toetsing aan art. 5 EVRM Pro. In het bijzonder hecht het EHRM aan een mogelijkheid voor de patient “
of initiating any proceedings in which the issue of wether the conditions for his or her confinement to an involuntary treatment are still met could be examined”(X/Finland, rov. 170; zie alinea 2.9 hiervoor).
nietdoor de rechter zijn benoemd (art. 200 Rv Pro). Daarnaast heeft een procespartij de mogelijkheid aan een door haar uitgekozen deskundige een opdracht tot onderzoek te geven en diens rapportage als schriftelijk bewijsstuk in het geding te brengen. In beide gevallen moet de procedure als geheel voldoen aan het vereiste van een eerlijk proces (
fair trial) in art. 6 lid 1 EVRM Pro; dit vereiste omvat mede het beginsel van
equality of arms. De consequenties van de
fair trial-norm voor de onpartijdigheid van de deskundige zijn in de vakliteratuur in kaart gebracht [38] . Ten aanzien van de door de rechter benoemde deskundige [39] wordt in art. 198 lid 1 Rv Pro met zoveel woorden bepaald dat de deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard, verplicht is de opdracht “onpartijdig en naar beste weten te volbrengen”.
nietdoor de rechter benoemde deskundige kunnen bezwaarlijk dezelfde eisen van onpartijdigheid worden gesteld: de deskundige is immers uitgekozen door één partij, die de deskundige betaalt en de opdracht formuleert. Dit behoeft overigens niet te betekenen dat een eenzijdig aangewezen deskundige slechts subjectieve oordelen geeft. Veel deskundigen, in elk geval artsen, zijn gebonden aan de gedragsregels van hun beroepsgroep en aan de eisen die het forum van de wetenschap stelt aan hun methoden van onderzoek [40] .
State Medico-Legal Board). De drie aan dit adviesorgaan verbonden artsen die het onderzoek feitelijk uitvoerden waren werkzaam bij hetzelfde ziekenhuis als de aansprakelijk gestelde arts, zij het op een andere afdeling. Daarnaast waren er enkele bijkomende omstandigheden, waaronder de opstelling van een leidinggevende bij dat ziekenhuis ten aanzien van de omstreden aansprakelijkstelling. Het EHRM nam een schending van art. 6 lid 1 EVRM Pro aan omdat er, objectief beschouwd, feiten en omstandigheden waren die de betrokkene reden gaven te vrezen dat in de procedure bij de rechter de zaak niet onpartijdig was behandeld.