ECLI:NL:HR:2003:AE8398
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over loonbelasting en premie volksverzekeringen bij fictief loon en toepassing belastingverdrag Nederland-België
Belanghebbende, een Nederlandse besloten vennootschap, had over 1997 loonbelasting en premie volksverzekeringen afgedragen op basis van een fictief gebruikelijk loon voor haar bestuurder A, die in België woonde en geen daadwerkelijke beloning ontving. Het hof had de teruggaaf van deze belasting geweigerd met verwijzing naar het belastingverdrag Nederland-België en oordeelde dat het fictieve loon niet onder de artikelen 15 en 16 van het verdrag viel, maar onder artikel 22.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte de fictiebepaling van artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 niet dynamisch mocht toepassen binnen het kader van het verdrag. De eenzijdige uitbreiding van de heffingsbevoegdheid door Nederland is niet toegestaan als die leidt tot dubbele heffing en strijdig is met het verdrag. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en bepaalde een teruggaaf van een deel van het afgedragen bedrag.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat A als bestuurder die werkzaamheden verrichtte, ook zonder loon, binnen de personele werkingssfeer van de EG-Verordening valt en daarom premieplichtig is voor de volksverzekeringen, met uitzondering van AOW en AAW. De proceskosten werden niet aan een partij opgelegd. Het arrest werd op 5 september 2003 uitgesproken door de Hoge Raad.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en kent een teruggaaf toe van ƒ 58.121,20 wegens onrechtmatige heffing van loonbelasting en premie volksverzekeringen.