ECLI:NL:PHR:2013:BX9120
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling samenloop overdrachtsbelasting en schenkingsrecht bij gedeeltelijke kwijtschelding koopsom
In deze zaak staat de toepassing van artikel 24, lid 4, van de Successiewet 1956 centraal, waarin is geregeld dat de overdrachtsbelasting die is betaald over het bedrag waarover recht van schenking verschuldigd is, in mindering komt op het schenkingsrecht. Belanghebbende had een woning gekocht van haar moeder voor €400.000, waarvan €95.000 was kwijtgescholden als schenking. Over de koopsom was deels omzetbelasting (over €284.908) en deels overdrachtsbelasting (over €115.100) betaald. De vraag was hoe de vermindering van het schenkingsrecht berekend moest worden: pro rata over het deel waarover overdrachtsbelasting is betaald, of primair toegerekend aan het bedrag waarover overdrachtsbelasting is geheven.
De Rechtbank en het Hof pasten een pro rata berekening toe, waarbij de overdrachtsbelasting werd toegerekend aan het deel van de koopsom waarover schenkingsrecht verschuldigd is. Belanghebbende betoogde dat de gehele koopsom als basis moest dienen, omdat over de volledige koopsom belasting was geheven, zij het deels omzetbelasting. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 24, lid 4, SW beperkt is tot samenloop tussen overdrachtsbelasting en schenkingsrecht, en niet ziet op omzetbelasting. Daarom is de pro rata benadering de meest redelijke en juiste toepassing van de wet.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is dat het beroep in cassatie ongegrond moet worden verklaard, waarmee de eerdere uitspraken van Rechtbank en Hof worden bevestigd. Hiermee wordt voorkomen dat de anti-cumulatieregeling wordt uitgebreid tot de omzetbelasting, hetgeen niet door de wetgever is beoogd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de pro rata berekening van de vermindering van het schenkingsrecht bevestigd.