ECLI:NL:PHR:2013:BY2240
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schadeloosstelling bij onteigening op basis van reconstructie en koop erfpachtrechten als geheel
Deze zaak betreft een geschil over de vaststelling van de schadeloosstelling bij onteigening van percelen grond waarop een boomkwekerij werd geëxploiteerd. De Staat onteigende gronden met erfpachtrechten en boomopstanden, waarbij eiseres tot cassatie aanspraak maakte op volledige schadevergoeding.
De rechtbank had als uitgangspunt genomen dat de bedrijfsactiviteiten op andere percelen zouden worden voortgezet (reconstructie) en niet gestaakt (liquidatie). De schadeloosstelling werd gebaseerd op de waarde van de erfpachtrechten en de boomopstanden als geheel, niet per individuele boom. Tevens werd een aanbod tot langer gebruik van een perceel gedaan om schade te beperken, wat niet werd aanvaard.
Eiseres voerde in cassatie meerdere klachten aan, waaronder dat de rechtbank onterecht reconstructie toepaste, dat de waardering per boom moest plaatsvinden, dat schade op een perceel niet vergoed werd, dat belastingschade werd afgewezen en dat de rentevergoeding onduidelijk was. De Hoge Raad verwierp deze klachten, bevestigde het oordeel van de rechtbank en oordeelde dat de schadeloosstelling recht doet aan het beginsel van volledige schadevergoeding. De rentevergoeding werd begrepen als samengestelde wettelijke rente conform artikel 6:119 lid 2 BW Pro.
De Hoge Raad concludeert dat de rechtbank niet onbegrijpelijk of onjuist heeft geoordeeld en dat de schadeloosstelling en rentevergoeding passend zijn vastgesteld. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank bevestigd.