ECLI:NL:HR:2008:BF0415
Hoge Raad
- Cassatie
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over waardevermindering en kostenvergoeding bij onteigening
In deze zaak gaat het om de vaststelling van schadeloosstelling bij onteigening door het Waterschap Rivierenland, waarbij de waardevermindering van het overblijvende en de vergoeding van kosten van niet-juridische bijstand centraal stonden.
De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld en een deel van de kosten van niet-juridische deskundige bijstand toegekend, maar de Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank onduidelijkheid had laten bestaan over de maatstaf voor deze kostenvergoeding en onjuiste rechtsopvattingen had gehanteerd bij de waardevermindering van het overblijvende, met name door planschadejurisprudentie te betrekken.
De Hoge Raad benadrukte dat waardevermindering alleen vergoed wordt voor dat deel dat rechtstreeks en noodzakelijk het gevolg is van het verlies van het onteigende en dat waardevermindering door onderdelen van het werk buiten het onteigende niet vergoed wordt. Ook werd geoordeeld dat samengestelde wettelijke rente toegekend moet worden over het nadeel door het gemis van het voorschotbedrag.
De Hoge Raad vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing, en veroordeelde het Waterschap in de kosten van cassatie.
Uitkomst: Het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.