ECLI:NL:PHR:2013:BY8286
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte wegens onvoorziene omstandigheden en afwijzing schadeloosstelling
Deze zaak betreft de ontbinding van een huurovereenkomst van bedrijfsruimte tussen de vennootschap De Pompernickel c.s. en woningbouwcorporatie Laurentius wegens onvoorziene omstandigheden. Laurentius had de huurovereenkomst opgezegd vanwege de noodzaak tot sloop van het complex waarin de bedrijfsruimte was gelegen. De Pompernickel c.s. vorderden in reconventie een schadeloosstelling wegens voortijdige beëindiging.
De rechtbank verklaarde Laurentius niet-ontvankelijk, maar het hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat de huurovereenkomst per 1 mei 2009 was geëindigd wegens onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW Pro. Het hof verwierp het beroep op conversie en stelde vast dat de noodzakelijke sloop en de ontruiming van het complex een situatie vormden die niet was verdisconteerd in de overeenkomst. De Pompernickel c.s. mochten niet uitgaan van voortzetting van de huurovereenkomst.
De vorderingen tot schadeloosstelling werden afgewezen omdat onvoldoende concreet was gemaakt welk bedrag nodig was om de bedrijfsactiviteiten voort te zetten. In cassatie bevestigde de Hoge Raad het oordeel van het hof dat sprake was van onvoorziene omstandigheden en dat de vordering tot schadeloosstelling terecht was afgewezen. Het hof had de eiswijziging in hoger beroep terecht geaccepteerd en de klachten daartegen faalden.
Uitkomst: De huurovereenkomst is ontbonden wegens onvoorziene omstandigheden en de vordering tot schadeloosstelling is afgewezen.