ECLI:NL:PHR:2013:BY8729
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest over saneringsplicht en grondaanvulling
In deze zaak kocht eiser in 2002 een perceel van Renkum, waarbij Renkum zich verplichtte tot sanering van restvervuiling. Na aanvullende sanering in 2003 ontstond een geschil over de verplichting tot aanvulling van ontgraven grond met schone grond tot het oorspronkelijke maaiveldniveau. De rechtbank Arnhem oordeelde in 2005 dat Renkum deze aanvulling moest uitvoeren, wat zij deed. Het gerechtshof Arnhem vernietigde dit vonnis in 2006 en bepaalde dat aanvulling tot het niveau van de grond bij verkoop in 2002 moest plaatsvinden.
Vervolgens beval de rechtbank 's-Hertogenbosch in 2009 een deskundigenbericht over de hoeveelheid grond die was afgegraven en aangevuld. Het hof 's-Hertogenbosch bekrachtigde in 2011 dit tussenvonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling. Eiser stelde binnen de cassatietermijn cassatieberoep in tegen dit tussenarrest zonder dat het hof tussentijds cassatieverlof had verleend.
De Hoge Raad oordeelt dat tegen een zuiver tussenarrest alleen cassatieberoep openstaat indien het hof daarvoor verlof verleent. Omdat dit niet het geval was, is het cassatieberoep niet-ontvankelijk. De inhoudelijke geschilpunten over saneringsplicht en grondaanvulling blijven onbesproken. De procedure wordt voortgezet bij de rechtbank in de stand waarin deze zich bevindt.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard omdat het is ingesteld tegen een tussenarrest zonder verleend cassatieverlof.