ECLI:NL:PHR:2013:BZ0293
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Weigering vervangende toestemming verhuizing kinderen naar België wegens niet-naleving terugkeerbesluit
De moeder en vader zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over twee kinderen, met hoofdverblijfplaats bij de moeder in Nederland. De moeder heeft de kinderen zonder toestemming meegenomen naar België, waar zij sinds 2008 feitelijk verblijven. Belgische rechter heeft de moeder veroordeeld tot onmiddellijke terugkeer van de kinderen naar Nederland, wat zij niet heeft nageleefd.
De moeder verzocht vervolgens bij Nederlandse rechter vervangende toestemming om met de kinderen naar België te verhuizen. De rechtbank en het hof wezen dit verzoek af, omdat de moeder geen uitvoering had gegeven aan de terugkeerbeslissing. Het hof liet de belangenafweging achterwege, stellende dat eerst terugkeren naar Nederland moest plaatsvinden.
De Hoge Raad oordeelt dat het adagium 'eerst terug, dan praten' niet zonder meer kan leiden tot het achterwege laten van een belangenafweging, mede gelet op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 8 EVRM Pro). Het hof heeft ten onrechte geen afweging gemaakt van het belang van de kinderen en andere omstandigheden. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak verwezen naar een ander hof voor een juiste belangenafweging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een belangenafweging en de zaak wordt verwezen voor nieuwe beoordeling.