ECLI:NL:PHR:2013:BZ1062
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verval van aanhangigheid door niet tijdige inschrijving na herstelexploot in hoger beroep
In deze zaak gaat het om het verval van aanhangigheid van een hoger beroep doordat eiseres heeft nagelaten de zaak tijdig in te schrijven na het uitbrengen van een herstelexploot. Eiseres had ELQ c.s. opgeroepen om te verschijnen op een nieuwe rechtsdag, maar heeft nagelaten de zaak daadwerkelijk op de rol te plaatsen. Hierdoor verviel de aanhangigheid van de zaak volgens art. 125 lid 4 Rv Pro.
Het hof heeft geoordeeld dat een geldig herstelexploot vereist dat de wederpartij met handhaving van de oorspronkelijke dagvaarding en binnen de dagvaardingstermijn wordt opgeroepen tegen een nieuwe rechtsdag en dat de zaak daadwerkelijk wordt ingeschreven. Omdat eiseres dit niet heeft gedaan, kon het verval van aanhangigheid niet worden voorkomen.
De Hoge Raad bevestigt dat stilzwijgende toestemming van de wederpartij de aanhangigheid kan herstellen als de wederpartij verschijnt en inhoudelijk verweer voert, maar dat dit niet geldt als de wederpartij verstek laat gaan. Het middel van eiseres dat ELQ c.s. zich hadden moeten stellen en dat het niet verschijnen als stilzwijgende instemming kan worden gezien, wordt verworpen.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat het cassatiemiddel faalt en het arrest van het hof terecht is. De zaak is niet-ontvankelijk verklaard wegens verval van aanhangigheid door het niet tijdig inschrijven na het herstelexploot.
Uitkomst: De zaak is niet-ontvankelijk verklaard wegens verval van aanhangigheid door niet tijdige inschrijving na herstelexploot.