ECLI:NL:PHR:2013:BZ1383
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering onrechtmatige aanhouding en bewijsuitsluiting
In deze zaak is verdachte veroordeeld door de rechtbank Arnhem voor diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij braak en inklimming werden gebruikt. Het hof heeft het vonnis van de rechtbank bevestigd. Verdachte voerde in hoger beroep een verweer dat zijn aanhouding onrechtmatig was, wat tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden en vrijspraak.
Het middel in cassatie klaagt dat het hof niet gemotiveerd heeft beslist op dit verweer, terwijl art. 359 lid 2 Sv Pro dit vereist bij uitdrukkelijk onderbouwde standpunten. De Hoge Raad oordeelt dat het verweer valt onder art. 359a Sv en dat het hof weliswaar niet expliciet op dit verweer hoefde te reageren volgens die bepaling, maar dat het hof wel een toereikende motivering had moeten geven voor de verwerping van het beroep op onrechtmatig verkregen bewijs.
De conclusie van de advocaat-generaal is dat het hof tekort is geschoten in zijn motivering en dat het middel slaagt. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het beroep op onrechtmatige aanhouding en de gevolgen daarvan voor het bewijs en de veroordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het verweer over onrechtmatige aanhouding en bewijsuitsluiting.