ECLI:NL:HR:2012:BT2052
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn en bewijsuitsluiting verworpen
In deze strafzaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De verdediging voerde onder meer aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was vanwege schending van het recht op een eerlijke behandeling en dat bewijsuitsluiting van bekennende verklaringen moest plaatsvinden wegens vormverzuimen bij het verhoor.
Het hof heeft deze verweren verworpen. Het hof oordeelde dat de verschillen tussen het proces-verbaal en de geluidsopname van het verhoor niet leidden tot schending van de goede procesorde en dat de politieambtenaren niet opzettelijk de verdachte op een verkeerd spoor hadden gebracht. Ook vond het hof dat de politieambtenaren ondanks beperkte internetkennis geschikt waren om het verhoor af te nemen.
De Hoge Raad bevestigt dat het hof zijn beslissing op voldoende gronden heeft genomen en wijst het bewijsuitsluitingsverweer af. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, waardoor de opgelegde gevangenisstraf met vijf maanden en drie weken wordt verminderd, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof alleen voor wat betreft de duur van de straf en wijst het beroep voor het overige af. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 17 januari 2012.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd met vijf maanden en drie weken vanwege overschrijding van de redelijke termijn; bewijsuitsluiting wordt afgewezen.