ECLI:NL:PHR:2013:BZ1512
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt doorbreking verschoningsrecht advocaat bij verdenking medeplegen getuigenbeïnvloeding
In deze zaak stond centraal of het verschoningsrecht van een advocaat doorbroken mocht worden in het kader van een Duits rechtshulpverzoek. De advocaat werd verdacht van medeplegen van getuigenbeïnvloeding, een ernstig strafbaar feit volgens artikel 285a jo. 47 Sr, met een maximale gevangenisstraf van vier jaar.
De Rechtbank Roermond had geoordeeld dat er zeer uitzonderlijke omstandigheden waren die het belang van waarheidsvinding zwaarder lieten wegen dan het verschoningsrecht. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd. De Hoge Raad verwees naar eerdere jurisprudentie waarin werd erkend dat het verschoningsrecht niet absoluut is en kan worden doorbroken bij zeer uitzonderlijke omstandigheden.
Verder werd geoordeeld dat het niet noodzakelijk is dat de advocaat samen met zijn cliënt het misdrijf pleegt; het volstaat dat aannemelijk is dat de advocaat in het belang van zijn cliënt handelde, tenzij objectieve gegevens het tegendeel aantonen. De middelen van de advocaat faalden, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het beroep van de advocaat werd verworpen en het beslag op zijn documenten en bestanden werd bevestigd wegens zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen.