ECLI:NL:PHR:2013:BZ1899
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen bij aanwezigheid hennepkwekerij in gezamenlijke woning
Verdachte werd door het hof veroordeeld wegens medeplegen van het aanwezig hebben van 172 hennepplanten in een woning te Veenendaal, waar hij samenwoonde met de huurster. De politie trof op 3 februari 2010 een in werking zijnde hennepkwekerij aan in het pand. Verdachte was op dat moment aanwezig en had kennis van de kwekerij.
De verdediging voerde aan dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was, omdat niet was vastgesteld dat verdachte daadwerkelijk medepleger was. De Hoge Raad oordeelde dat medeplegen niet per se een actieve uitvoeringshandeling vereist, maar wel een nauwe en bewuste samenwerking.
Het hof had geoordeeld dat verdachte de kwekerij gedoogde en dat zijn feitelijke machtspositie in de woning, mede door zijn relatie met de huurster, voldoende grond bood om medeplegen aan te nemen. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk en verwierp het cassatieberoep. Hierdoor bleef de veroordeling van verdachte tot een taakstraf in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verdachte wegens medeplegen van het aanwezig hebben van hennepplanten in de gezamenlijke woning.