ECLI:NL:PHR:2013:BZ2898
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over draagkrachtvergelijking bij kinderalimentatie en kostenverdeling tussen ouders
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen, een zoon die bij de man woont en een dochter die bij de vrouw woont. De vrouw vordert kinderalimentatie voor de dochter, waarbij het hof de draagkracht van beide ouders heeft vastgesteld zonder rekening te houden met het feit dat de man alle kosten van verzorging en opvoeding van de zoon draagt.
Het hof stelde de draagkracht van de man vast op verschillende bedragen per periode en de draagkracht van de vrouw op een lager bedrag, waarna het een kinderalimentatiebedrag voor de dochter vaststelde. De man betoogde dat het hof ten onrechte geen rekening hield met de kosten die hij voor de zoon maakt, wat ook gevolgen heeft voor de draagkrachtvergelijking en de vaststelling van de alimentatie.
De Hoge Raad stelt dat het hof niet de alimentatie voor de dochter mocht vaststellen zonder in aanmerking te nemen dat de man alle kosten van verzorging en opvoeding van de zoon draagt. De zaak wordt vernietigd en verwezen omdat de behoefte van de zoon niet zeker is vastgesteld en het hof opnieuw moet oordelen met inachtneming van deze kostenverdeling.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechter niet buiten de rechtsstrijd mag treden, maar dat bij de draagkrachtvergelijking de kosten van beide kinderen moeten worden betrokken om tot een juiste verdeling van de alimentatiebijdrage te komen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling met inachtneming van de kosten van beide kinderen.