ECLI:NL:PHR:2013:BZ7170
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen brandstichting met levensgevaar en verkrachting met dodelijke afloop
De zaak betreft een verdachte die door het hof Arnhem-Leeuwarden is veroordeeld voor verkrachting met de dood tot gevolg, diefstal en medeplegen van opzettelijke brandstichting waarbij levensgevaar voor anderen werd voorzien. Het hof stelde vast dat verdachte opzettelijk brand had gesticht in een flatwoning waarbij gaskranen waren opengedraaid, en dat dit levensgevaar voor bewoners opleverde. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte het slachtoffer met geweld tot seksuele penetratie had gedwongen, wat leidde tot haar overlijden.
De verdediging stelde cassatie in tegen het arrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verklaring van een getuige niet onjuist had geïnterpreteerd met betrekking tot het geweld bij de verkrachting. Wel was het oordeel over het levensgevaar bij de brandstichting onvoldoende onderbouwd, omdat niet duidelijk was welk gevaar het openzetten van de gaskranen voor andere bewoners en de brandweerman inhield. Ook was de redelijke termijn in de cassatiefase overschreden.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het de brandstichting en de strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en strafoplegging, met inachtneming van de termijnoverschrijding. De veroordeling voor verkrachting met de dood tot gevolg blijft in stand.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest over brandstichting wegens onvoldoende bewijs levensgevaar en schending redelijke termijn, verwijst terug voor hernieuwde berechting.