ECLI:NL:HR:2013:BZ7170
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en strafvermindering wegens brandstichting met levensgevaar voor anderen
Op 31 augustus 2008 stichtte verdachte samen met een ander opzettelijk brand in een woning in een appartementencomplex te Apeldoorn. De brand veroorzaakte gedeeltelijke verbranding van de inboedel en bracht levensgevaar voor bewoners van naastgelegen en ondergelegen woningen met zich mee.
Het Hof Arnhem-Leeuwarden verklaarde verdachte schuldig aan brandstichting met levensgevaar voor anderen, gesteund op diverse bewijsmiddelen zoals technisch sporenonderzoek, verklaringen van getuigen en een deskundigenrapport waaruit de aanwezigheid van motorbenzine als brandversnellend middel bleek. Tevens was vastgesteld dat verdachte gas had laten ontsnappen door het openen van gaskranen, wat het gevaar vergrootte.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof terecht had geoordeeld dat het levensgevaar voor anderen voorzienbaar was op grond van algemene ervaringsregels, gezien de locatie van de brand en het tijdstip waarop bewoners vermoedelijk thuis waren. Wel werd geoordeeld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat aanleiding gaf tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van acht jaar naar zeven jaar en zeven maanden. Het beroep van verdachte werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd tot zeven jaar en zeven maanden wegens termijnoverschrijding, overige veroordeling blijft in stand.